Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temperd, terwijl de witle camelia's veel beter dan rozen bij haar rossig haar pasten.

„Ja, heel aardig! Ik heb je al bewonderd. Ik zal mijn japon ook zoo veranderen. Mevrouw Brooke heeft mij ook al van mijn hoofdpijn afgeholpen en Mary Clay heeft geen last meer van slechte spijsvertering, sedert zij op haar raad geen koffie en geroosterd brood meer gebruikt."

„Mij heeft mevrouw Laurence verre wandelingen en gymnastiek aangeraden, om mijn scheeven schouder en benauwdheid op de borst kwijt te raken, en ik heb nu al een veel beter figuur dan vroeger."

„Wist je, dat mijnheer Laurence Amelia Merril's schoolgeld betaalt? Haar vader is bankroet gegaan zooals je weet en zij vond het vreeselijk om van het College af te gaan; maar mijnheer Laurence heeft alles in orde gemaakt."

„Ja, en professor Bhaer laat 's avonds verscheiden jongens bij zich aan huis komen, om hen voort te helpen, zoodat zij de anderen kunnen bijhouden; en mevrouw Bhaer heeft verleden jaar zelf Charles Mackay opgepast toen hij de koorts had. Het zijn de beste en liefste menschen die er op de wereld bestaan; dat zal ik altijd volhouden."

„Ik ook, en de jaren die. ik hier doorbreng, zullen de gelukkigste en nuttigste van mijn leven zijn."

En beide meisjes vergaten voor een oogenblik toilet en avondeten, om met dankbare oogen te kijken naar de vrienden, wier streven het was zoowel ziel en geest als het lichaam te verzorgen.

Intusschen zat op de treden der waranda-trap, een levendig groepje te „smikkelen"; de meisjes als blinkend schuim bovenaan, en een bezinksel van jongelui beneden, waar de zwaarste bestanddeelen zich altijd verzamelen. Emil, die nooit zat als hij klimmen of balanceeren kon, versierde de leuning; Tom, Nat, Demi en Dan, hadden zich op de treden gelegerd, en waren druk aan het eten; hun dames waren goed voorzien, en met de oogen op het bekoorlijk schouwspel boven hen, genoten zij van hun welverdiende rust.

„Het spijl mij dat de jongens weggaan. Het zal erg vervelend zijn zonder hen. Nu zij ons niet meer zoo plagen

Sluiten