Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat drenst om de maan. Ik kan zulken onzin niet uitstaan !" knorde Nan, neerziende op den vroolijken Thomas, die in dwazen overmoed Emil's schoenen met bitterkoekjes vulde, en zich zijn ballingschap zoo dragelijk mogelijk trachtte te maken.

„De meeste meisjes zouden door zooveel trouw getroffen worden. Ik vind het heerlijk," fluisterde Daisy, achter haar waaier, want de andere meisjes zaten maar ééne trede lager.

„Je bent een sentimenteel gansje en kunt er niet over oordeelen. Nat zal tweemaal zoo Hink wezen als hij van zijn uitstapje terugkomt. Ik wou maar dat Tom met hem mee kon gaan. Ik vind dat, als wij meisjes een beetje invloed bezitten, wij dien ten voordeele van de jongens moeten aanwenden en hen niet moeten llikflooien, om daardoor ons zeiven tot slavinnen, en hen tot tirannen te maken. Laat ze eerst toonen wat zij zijn en kunnen, voor ze iets van ons verwachten, en laat ze ons de kans geven dat ook te doen. Dan zullen wij weten wat ons te doen staat, en hoeven we geen misslagen te begaan, die wij ons heele verdere leven bejammeren."

„Hoor! Hoor!" riep Alice Heath, een meisje naar Nan's hart, dat, evenals zij, als een verstandige jonge vrouw, een beroep had gekozen. „Stel de gelegenheid maar voor ons open en heb geduld tot wij klaar zijn. Nu wil iedereen ons dadelijk even knap en verstandig hebben als mannen, die van de vroegste tijden af van alle mogelijke hulpen voorlichting hebben geprofiteerd, terwijl wij hoegenaamd niets kregen. Dat is onbillijk. Geef ons gelijke kansen, dan zullen we, eer er een paar geslachten voorbij zijn, eens zien hoe de uitspraak is. Ik houd van rechtvaardigheid, en die ondervinden wij te weinig."

„Alweer bezig den vrijheidsoorlog te prediken?" vroeg Demi, op dat oogenblik zijn hoofd door de balustrade stekend. „Omhoog uw Banier! Ik za| je bijstaan en helpen, als je het verlangt. Maar met jou en Nan in de voorhoede, geloof ik niet, dat er veel hulp zal noodig zijn."

„Jij bent een goede steun, Demi, en ik zal in alle omstandigheden op je rekenen; want jij vergeet ten minste

Sluiten