Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daisy kent mijn wenschen en ik vertrouw haar. Je moet een oogje op Nat houden en hem duidelijk aan het verstand brengen, dat hij alle verliefdheid op zij moet zetten, of ik zou de briefwisseling tusschen hen moeten verbieden. Ik schijn niet graag wreed, maar mijn kleine meid is nog te jong om zich nu al te binden," zei mevrouw Meta, in haar Zondagsche grijs zijden japon ritselend op «n neer loopend, wachtende op Demy, die zijn moeder altijd naar de kerk geleidde, bij wijze van boetedoening voor het overtreden van haar wenschen in andere zaken.

,,'k Zal mijn best doen, meisje; ik lig vandaag voor alle drie de jongens op de loer als een oude spin, en zal met ieder van hen eens goed praten. Zij weten dat ik hen begrijp en leggen vroeger of later hun hart toch voor mij •open. „Je hebt je beau jour, Meta, en niemand zou willen gelooven dat die groote lummel je zoon is," voegde tante Jo er bij, toen Demy stralend in Zondagspracht, van zijn glimmend gepoetste laarzen tot zijn sierlijk opgekamde bruine kuif, binnenkwam.

„Je vleit me, om mijn hart jegens je eigen jongen tot inschikkelijkheid te stemmen. Ik ken je streken Jo, maar ik geef niet toe. Wees verstandig en spaar me heftige tooneelen. Wat John betreft, zoolang hij met zijn oude moeder tevreden is, kan het mij niet schelen wat de menschen denken," antwoordde Meta, glimlachend het bosje viooltjes aannemend, dat Demy haar overhandigde.

Toen, na haar parelgrijze handschoenen zorgvuldig te hebben toegeknoopt, nam zij den arm van haar zoon en stapte statig naar het rijtuig, waarin Amy en Betsy reeds zaten te wachten, terwijl Jo hen achterna riep, net zooals haar moeder vroeger deed:

„Meisjes, heb jullie wel een schoonen zakdoek bij je gestoken V' Allen lachten om deze welbekende woorden, en drie witte vlaggen wuifden uit het rijtuig, terwijl zij wegreden, „de spin" achterlatend om op haar eerste vliegje te gaan loeren. Zij behoefde niet lang te wachten. Daisy lag met betraande wangen voorover op het gezangboek, waaruit zij en Nat zoo dikwijls tezamen gezongen hadden; daarom ging tante Jo, die met haar omvangrijk lichtgrijs

DE WERELD IN, 7e dr. 7

Sluiten