Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonnescherm, veel van een wandelenden paddestoel had, een poosje den tuin in.

Dan was op een tienmijlstochtje uitgegaan en Nat werd verondersteld hem te vergezellen, maar niet bij machte zich van de duiventil los te rukken, of op dezen laatsten dag een oogenblik uit de nabijheid van zijn aangebedene te blijven, kwam hij al gauw steelsgewijze terug. Mevrouw Bhaer kreeg hem dadelijk in 't vizier en wenkte hem bij haar te komen op een rustieke bank onder den ouden olm, waar zij ongestoord konden praten en levens het oog houden op zeker raam, met witte gordijnen er voor, en half achter wingerdranken verscholen.

, Prettig en koel is het hier. Ik heb vandaag geen zin in een wandeling met Dan — het is zoo warm en hij vliegt voort als een locomotief. Hij was nu op weg naar het moeras, waarin hij vroeger zijn geliefkoosde slangen zocht, daarom heb ik maar voor de eer van zijn gezelschap bedankt," zei Nat, zich met een stroohoed koelte toewuivend, hoewel de dag volstrekt niet drukkend was.

,,'k Ben blij dat je bent teruggekomen. Ga hier wat bij mij zitten uitrusten, en laat ons nog eens als vroeger vertrouwelijk praten. Wij hebben het allebei in den laatsten tijd zoo druk gehad, dat ik vrees niet half van je plannen op de hoogte te zijn, en ik wou ze toch graag kennen," antwoordde mevrouw Bhaer, overtuigd dat, hoewel zij met Leipzig zouden beginnen, zij vanzelf weer op Plumfield terug zouden komen.

„Dat is aardig van u, en er is niets waar ik op't oogenblik meer zin in zou hebben. Ik kan mij nog niet voorstellen, dat ik zoo ver weg trek — waarschijnlijk begrijp ik het niet, eer het schip onder zeil gaal. Het is een prachtige kans, die mij gegeven wordt, en ik weet niet, hoe ik mijnheer Laurie ooit genoeg zal kunnen danken, voor hetgeen hij heeft gedaan, en u ook —" voegde Nat er bij, met een trilling in zijn stem; want hij was een teerhartige jongen en vergat een weldaad nooit.

„Je kunt ons het beste danken door zoo te zijn en te doen, als wij allen hopen en van je verwachten, mijn jongen. Het nieuwe leven, dat je tegemoet gaat, wemelt van duizend

Sluiten