Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine beproevingen en verzoekingen, lerwijl je alleen je eigen verstand en scherpzinnigheid hebt om op te steunen. Dat zal de tijd zijn, om de beginselen op de proef te stellen, die wij hebben getracht je in te prenten, en om te zien hoe ze hebben wortel geschoten. Natuurlijk zul je misslagen begaan — dat doen wij allen; maar leg je geweten nooit het zwijgen op, en laat je nooit blindelings meeslepen. Waak en bid, beste Nat; laat, terwijl je hand aan vaardigheid wint, het hoofd verstandiger worden, en houd het hart even rein en warm als nu."

„Ik zal mijn best doen, Moeder Bhaer; mijn uiterste best, om u tot eer te strekken. Ik weet dat ik in de muziek zal vorderen — dat gaat vanzelf, maar bizonder verstandig zal ik wel nooit worden, vrees ik. En wat mijn hart aangaat, u weet, dat ik het hier goed bewaard achterlaat."

Terwijl hij sprak keerden Nat's oogen zich naar het raam, met een blik vol liefde en verlangen, die aan zijn kalm gezicht eene mannelijke, doch tegelijk droevige uitdrukking gaf, en duidelijk deed zien, hoe diep de jongensachtige genegenheid bij hem had wortel geschoten.

„Daar wou ik juist eens over spreken; en ik weet vooruit dat je me vergeven zult, wat je schijnbaar wreed zal klinken, omdat ik toch hartelijk deelneem in alles wat je betreft," zei tante Jo, blij dat de zaak op het tapijt was gekomen.

„Ja, laten we maar over Daisy praten! Ik kan toch nergens anders aan denken, dan aan de ellendige zekerheid dat ik haar verlaten — haar verliezen moet. Ik heb geen hoop — het zou misschien te veel verlangd zijn; maar ik kan niet anders dan haar liefhebben, waar ik ook heen ga!" riep Nat, met een mengeling van wanhoop en uitdaging in zijn gezicht, waardoor tante Jo eenigszins van haar stuk geraakte.

„Luister eens, dan zal ik trachten je troost en tegelijkertijd goeden raad te geven. Wij weten allen dat Daisy veel van je houdt, maar haar moeder oppert bezwaren, en als een goede dochter tracht zij te gehoorzamen. Jonge mensehen gelooven dat zij nooit veranderen zullen, maar dat doen zij toch op de verwonderlijkste manier, en maar

Sluiten