Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

héél enkelen sterven aan een gebroken hart." Mevrouw Bhaer glimlachte even bij de herinnering aan een anderen jongen, dien zij eenmaal ook had willen troosten, en vervolgde toen ernstig, terwijl Nat luisterde, alsof zijn lot aan haar lippen hing.

„Twee dingen zijn mogelijk: óf je vindt iemand anders om lief te hebben, öf, wat beter is, je bent zoo vervuld van en gelukkig in je muziek, dat je het graag aan den tijd zult overlaten, deze zaak tol een voor jullie beiden gelukkig einde te brengen. Daisy zal je misschien vergeten, wanneer jij weg bent, en blij zijn, dat geen andere banden dan die van vriendschap jullie verbinden. In elk geval is het veel verstandiger geen wederzijdsche beloften te doen; dan zijn jullie beiden vrij en zult mogelijk over eenige jaren om dezen in den knop verstikten roman moeten lachen."

„Denkt u dat werkelijk ?" vroeg Nat, haar zoo scherp aanziende, dat de waarheid er wel uit moest, want zijn geheele hart lag in zijn eerlijke blauwe oogen.

„Neen, eigenlijk niet!" antwoordde tante Jo.

„Wat zoudt u dan in mijn plaats doen?" vroeg hij, op een toon van bevel, zooals nog nooit in zijn bedeesde stem geklonken had.

„Bewaar ons! de jongen meent het, en ik ben bang dat ik in mijn sympathie de voorzichtigheid totaal uit het oog zal verliezen," dacht mevrouw Bhaer, aangenaam verrast door de onverwachte mannelijkheid die Nat tentoonspreidde.

„Ik zal je vertellen wat ik doen zou. Ik zou tot mijzelf zeggen: Ik wil en ik zal het bewijs leveren, dat mijn liefde sterk is en oprecht, en niet alleen mijn best doen om een goed toonkunstenaar, maar ook om een degelijk mensch te worden, en zoodoende achting en vertrouwen verdienen, zoodat Daisy's moeder er trotsch op kan zijn mij haar dochter te geven. Dat wil ik probeeren, en slaag ik niet — goed, dan zal ik er niet slechter op zijn geworden, en mij troosten met de gedachte, dat ik om harentwil mijn best heb gedaan."

„Dat was ik zelf ook besloten te doen. Maar ik had

Sluiten