Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van mijn jongens, in herinnering komen," zei tante Jo, opstaande; want het woord was gesproken en meer was niet noodig.

„Ik heb ze allemaal goed weggestouwd en weet waar ik ze kan vinden, als het noodig is. Ontelbare keeren heb ik 's nachts, wanneer ik de wacht had, het oude Plumfield meenen te zien, en dan hoorde ik u en oom zoo duidelijk spreken, dat ik gezworen zou hebben in uw midden te zijn. Het is een ruw leven, Tantetje, dat is niet tegen te spreken, maar een gezond leven, wanneer men hel zoo liefheeft als ik eh zijn anker soms eens kan uitwerpen. Wees maar niet bezorgd over mij; het volgend jaar kom ik terug met een kist thee, waar uw hart van zal opengaan, en genoeg avonturen om stof voor een dozijn novellen te leveren. Gaat u naar beneden? Goed zoo, voorzichtig met de ladder! Tegen den tijd dat u de proviand klaar hebt, ben ik ook bij u. Het is mijn laatste kans op een lekker twaalfuurtje aan wal."

Mevrouw Bhaer daalde lachend de trap af en Emil voltooide zijn schip, terwijl hij een lustig deuntje floot; geen van beiden kon voorzien, waar en wanneer dit gezellig gekeuvel, boven op het dak, hen weer in de gedachten zou komen.

Dan was moeilijker te vangen, en niet voordat het avond was, ontstond er een oogenblik van rust in den drukken familiekring; toen, maar ook niet eerder, terwijl de anderen ■een luchtje schepten, vond tante Jo gelegenheid om wat in haar studeerkamer te gaan zitten lezen, en pas zat zij er, of Dan keek door het raam naar binnen.

„Kom hier na je lange wandeling eens even uitrusten; je zult wel moe zijn," riep zij, met een uitnoodigend hoofdknikje in de richting der groote sofa, waarop al zooveel jongens hadden gerust, voor zoover die woelwaters althans hun gemak konden houden.

a'k Ben bang dat ik u storen zal," maar toch zag Dan er uit, alsof hij zijn vermoeide beenen graag ergens had willen uitstrekken.

„Volstrekt niet; ik ben altijd bereid om wat te babbelen, anders zou ik geen vrouw moeten zijn," lachte mevrouw

Sluiten