Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te houden. Zoo angstig, verdrietig en beschaamd was hij, dat hel allen schijn had of hij als een kind zou gaan schreien.

„Laat hem blijven en helpen — dat zal hem goeddoen,'' antwoordde Nan streng; omdat zij zich den moed voelde ontzinken bij de gedachte, aan alles wat de beide arme jongens misschien te wachten stond. „Blijf bedaard, ik kom dadelijk terug," voegde ze er bij, naar het huis gaande, en haastig bij zich zelve overleggende hoe zij het beste handelen kon.

Het was strijkdag, en een heet vuur brandde nog in de leege keuken, want de dienstboden waren boven om uit te rusten. Nan legde een dunnen pook in de vlam, en terwijl zij zat te wachten tot die gloeiend zou zijn, bedekte zij het gezicht met de handen, om hulp vragend in dezen onverwachten nood — om sterkte, wijsheid en moed; want zij had niemand anders oin op te steunen, en hoe jong zij ook was, wist zij toch wat haar te doen stond, als zij er slechts de kracht toe kon vinden. Voor eiken anderen patiënt zou ze slechts rustige belangstelling hebben gevoeld, maar dat die goede, lieve Robert, zijn vader's oogappel, zijn moeder's troost, ieders gunsteling en vriend, in gevaar verkeerde was vreeselijk — en een paar heete tranen druppelden op de blankgeschuurde talei, toen Nan zich trachtte te bemoedigen met de gedachte, dat het hoogstwaarschijnlijk een vergissing, een natuurlijk, doch loos alarm, zou blijken te zijn.

„Ik moet er maar luchtig over spreken, anders verliezen de jongens hun hoofd en komt het heele huis in opschudding. Waartoe iedereen angstig en bedroefd te maken, nu alles nog zoo twijfelachtig is ? 1 k zal Rob dadelijk meenemen naar Dr. Morrison en een hondendokter halen om naar Don te kijken. En als we dan alles gedaan hebben, wat mogelijk is, kunnen wij, óf ons over den doorgestanen angst vroolijk maken — als het niets te beduiden heeft — óf op alle mogelijke gevolgen zijn voorbereid. En nu naardien armen jongen 1"

Gewapend met een witgloeienden pook, een emmer ijswater, en verscheiden zakdoeken van het droogrek, ging Nan terug naar de schuur, gereed in dit ernstig en spoedeischend

Sluiten