Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jongens uit rijden was gegaan en wel niet voor den avond met hen zou weerkomen. Daarna vloog zij naar den stal terug en vond de patiënten veel heter, de eene tengevolge van het in actie zijn, de andere van de genoten rust. Zij stapten in, zetten Rob op de achterbank, met het gewonde been in de hoogte, en reden weg, zoo vroolijk en zorgeloos, alsof er niets was voorgevallen.

Dokter Morrison nam de zaak luchtig op, doch vond dat Nan goed had gehandeld, en toen de nu geheel gerustgestelde jongens naar beneden gingen, voegde hij er fluisterend tot Nan bij: „Stuur dien hond voor een poosje weg en houd ongemerkt een oogje op den jongen. Laat mij onmiddellijk weten, als er iets niet in den haak schijnt. Men kan nooit zeker zijn in zulke gevallen, en voorzichtigheid schaadt niet."

Nan knikte toestemmend, en heel wat verlicht, nu de verantwoordelijkheid niet meer op haar schouders alleen rustte, ging zij met de jongens naar Dr. Watkins, die beloofde later even te zullen aankomen, om Don te onderzoeken. Een gezellig theeuurtje bij Nan knapte hen weer geheel op, en toen zij in de koele avondlucht naar huis terugkeerden, waren er van den schrik geen andere sporen overgebleven dan Ted's roode oogen, terwijl Rob heel eventjes mank liep. Daar de gasten nog op de veranda vóór het huis zaten te praten, trok het drietal naar het achterbalkon, en suste Ted zijn berouwvol gemoed, door Rob in de hangmat heen en weer te schommelen, terwijl Nan hun bij het licht der lamp wat voorlas tot de hondendokter kwam.

Hij constateerde dat Don een beetje last van de warmte had, maar evenmin dol was als het grijze katje dat met zijn staart speelde, terwijl het onderzoek plaats vond.

„Hij verlangt naar zijn baas en heeft hinder van de hitte. Te veel gegeten, misschien. Ik zal hem een paar weken bij mij houden en hersteld terugbrengen," zei Dr. Watkins, toen Don den grooten kop op zijn hand legde, en hem met zijn verstandige oogen aanzag, als begreep hij, dat die man zijn nooden kende en wist wat hij voor hem doen moest.

Don vertrok dus zonder tegenspartelen, en onze drie samen-

Sluiten