Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, Moeder zoo is het; maar alles is nu gelukkig voorbij en goed afgeloopen, en ik vind het beter er niet verder over te spreken, voorloopig ten minste. Eerst voelde ik mij niet op mijn gemak, dat ik iets voor u moest verzwijgen, maar nu u er zooveel van weet, denk ik er verder niet over en behoeft u er ook niet ongerust over te wezen. Ted heeft er spijt van, mij hindert het niet meer, en het heeft ons beiden goed gedaan."

Mevrouw Bhaer keek Ted aan, die wel hard met de oogen knipte, maar haar blik manmoedig doorstond; daarna wendde zij zich tot Rob, die haar zoo opgeruimd toelachte, dat al haar vrees verdween; maar toch was er iets in zijn gezicht dat haar trof en zij voelde wat het was, dat hem ouder en ernstiger, doch innemender maakte dan ooit. Als een bliksemstraal schoot haar de veronderstelling door het brein, dat haar oudste in gevaar had verkeerd, en de blikken van verstandhouding, die zij de jongens onderling met Nan had zien wisselen, versterkten haar vermoedens.

„Rob, je bent ziek geweest of hebt je bezeerd, ot led heeft je leed gedaan! Zeg het mij dadelijk; ik wil nu geen geheimen meer tusschen ons hebben! Jongens moeten soms door zorgeloosheid of verwaarloozing hun heele leven lijden. Fritz ondervraag hem eens!"

Mijnheer Bhaer legde zijn papieren neer en kwam voor hem staan, terwijl hij op een toon, die tante Jo geruststelde en de jongens moed insprak, zei:

„Mijn zoons, bekent ons de waarheid. Wij kunnen het verdragen. Verzwijgt niets om ons te sparen. Ted weet dat wij veel vergeven kunnen, omdat wij veel van hem houden; wees dus openhartig, allebei."

Ted verborg onmiddellijk zijn gezicht in de kussens van de sofa, waarboven alleen nog een paar vuurroode ooren uitstaken, terwijl Rob in 't kort het ongeluk vertelde, geheel naar waarheid, maar zoo verschoonend als hij kon, en er gauw de geruststellende tijding aan toe voegde, dat Don niet dol, de wond bijna genezen was, en de beet geen gevaarlijke gevolgen zou hebben."

Maar Moeder Jo, werd zoo bleek, dat hij zijn armen

Sluiten