Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boord rolde en riep opgewonden uit: „Daar is zij! kijk! Zij gaat baden. Wat heerlijk! O! als zij nu maar eventjes wou verdrinken, en zich door mij laten redden! Of alleen maar door een krab in haar grooten teen werd geknepen, 't Kan me niet schelen wat, als ik maar naar haar toe kan gaan en met haar mocht praten!"

„Doe net, of je haar niet ziet. Zij komt om stilletjes alleen te genieten. Niet naar haar kijken, dat lijkt zoo onbeleefd!" antwoordde Betsy, die het deed voorkomen, alsof een voorbijzeilend witgevleugeld jacht, haar heele aandacht boeide.

„Wij moesten ons eens ongemerkt dien kant laten uitdrijven, net of wij zeegras wilden plukken van de rots. 't Zal haar niet hinderen, wanneer wij plat op onzen rug liggen en alleen onzen neus boven water komt. En als wij dan heel dicht bij haar zijn, kunnen wij gauw terugzwemmen, alsof het ons speet dat zij last van ons kreeg. Dat zal stellig een gunstigen indruk op haar maken, en misschien roept zij ons dan wel terug, om de beleefde jonge dames te bedanken, die haar wenschen zoo eerbiedigen," stelde Josie voor, wier levendige verbeeldingskracht haar altijd dramatische toestanden voor den geest tooverde.

Alsof het noodlot zich erbarmde, zagen zij, juist toen zij zich van de rots lieten afglijden, miss Cameron, die, tot aan de borst in het water, naar beneden stond te luren, haastig wenken. Zij riep haar kamenier iets toe, die langs hel strand naar iets scheen te zoeken. Deze, niet vindende wat zij zocht, begon de meisjes met een handdoek te wenken, als verzocht zij hen, haar meesteres te gaan helpen.

„Loopen, jongens! ze heeft ons noodig! hoera!" riep Josie, in het water tuimelend als een bizonder beweeglijke schildpad, en zoo hard ze kon naar het lang begeerde doel zwemmend. Betsy volgde wat bedaarder, en beiden kwamen hijgend en lachend bij miss Cameron aan, die geen oogenblik opkeek, maar met haar welduidende stem zei:

„Ik heb een armband laten vallen. Ik zie hem wel, maar kan er niet bij. Wil de kleine jongen eens een langen stok voor mij halen ? Ik zal een oogje op den armband houden, dat het water dien niet kan wegspoelen."

„Ik wil er met plezier naar duiken, maar ik ben geen

Sluiten