Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Verklap mij niet, als een beste kerel. Laat mij het eerst met moeder Bhaer uitmaken," riep Tom terug, met een zwaren zucht het hek inrijdend.

Demy lachte, en zijn kameraad reed langzaam de laan op, van ganscher harte hopend dat de kust vrij mocht zijn; want hij was de brenger van tijdingen, die, dacht hij, de heele familie met verbazing en schrik zouden vervullen.

Tot zijn groote vreugde vond hij tante Jo alleen, begraven onder een berg van drukproeven, die zij op zij schoof om den terugkeerenden zwerver hartelijk te verwelkomen. Maar bij den eersten blik zag zij reeds, dat er iets aan scheelde, daar kortgeleden voorvallen haar buitengewoon scherp van gezicht en achterdochtig hadden

gemaakt. .

„Wat is er nu weer, Tom ?" vroeg zij, terwijl hij in een gemakkelijken stoel verzonk, met een wonderlijk gemengde uitdrukking van vrees, schaamte, genoegen en angst op zijn vuurrood gezicht.

„Ik zit vreeselijk in de pekel, Moeder Bhaer."

„Natuurlijk; je bent er maar zelden uit. Wat is het? Heb je een oude dame overreden, die je bij het gerecht zal aanklagen?" vroeg tante Jo vroolijk.

„Erger dan dat!" kermde Tom.

Geen vertrouwende ziel vergiftigd, die om een recept heeft gevraagd, wil ik hopen'"

„Erger dan dat!"

„Je hebt Demy toch niet de een of andere vreesehjke kwaal laten overerven en hem achtergetalen, is 't wel?'

„Nog erger dan dat zelfs!"

„Ik geef het op. Vertel gauw; ik houd er niet van, lang op slechte tijding te moeten wachten."

Na aldus zijn toehoorster in voldoende spanning te hebben gebracht, liet Tom zijn nieuws als een donderslag op haar neerkomen en ging toen achterover in zijn stoel liggen, om de uitwerking waar te nemen:

„Ik ben geëngageerd!"

Tante Jo's proeven vlogen wild door elkaar, toen zij de handen ineenslaande, wanhopig uitriep:

Sluiten