Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,0, dat kwam bij toeval. Ik was het volstrekt niet van plan; het was de ezel zijn schuld, en ik kon er mij niet uit redden, zonder Dora's gevoel te kwetsen, begrijpt u ?" begon Tom, voelend dat het noodlottig oogenblik was aangebroken.

„Dus waren er twee ezels in het spel ?" vroeg tante Jo, die zich op iets grappigs voorbereidde.

„Lach niet! Het klinkt gek. dat weet ik, maar het had verschrikkelijk kunnen zijn," antwoordde Tom geheimzinnig, hoewel het tintelen van zijn oogen bewees, dat de tegenspoeden van zijn liefde hem nog niet geheel voor de comische zijde van hel avontuur hadden verblind. „De meisjes bewonderden onze nieuwe fietsen, en wij vonden het natuurlijk prettig onze vaardigheid te toonen. Wij namen hen mee op een tochtje en hadden over het algemeen veel plezier. Maar op een dag reed Dora achter me, en wij gingen er juist hard van door op een helling, toen een stomme ouwe ezel midden op den weg ging staan. Ik dacht dat hij wel op zij zou gaan, maar hij deed het niet, en dus gaf ik hem een slag. Het dier sloeg terug, en daar rolden wij allemaal over elkander heen, ezel en al. Wat 'n opschudding ï Ik dacht alleen aan Dora, die het op de zenuwen kreeg, ten minste ze lachte tot zij in tranen uitbarstte; dat malle beest begon te balken, en ik verloor mijn hoofd. Nu, dat zou iedereen doen, die midden op den weg een snikkend meisje in de armen houdt en haar tranen droogt en om vergiffenis smeekt, zonder te weten of zij misschien armen of beenen gebroken heeft of niet. Ik noemde haar mijn lieveling, en stelde mij in mijn zenuwachtigheid aan als een dwaas, tot zij bedaarder werd en met o zoo'n vriendelijken blik zei: „Ik vergeef het je, Tom. Help mij maar op en laten we doorrijden."

„Was dat nu niet lief, nadat ik haar voor de tweede maal had omgegooid? Het trof mij werkelijk, en ik zei, dat ik met zoo'n lief schepseltje wel door het leven wilde gaan — en ook! ik weet zoo precies niet meer wat ik verder heb gezegd; maar ik was onder een hoedje te vangen, toen zij den arm om mijn hals sloeg en fluisterde: „Tom, lieve Tom, met jou ben ik niets bang, al waren er ook nog zooveel

Sluiten