Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warmte zaten te genieten van het eerste vuurtje in het seizoen, terwijl Daisy boven brieven schreef en Josie in de aangrenzende bibliotheek druk aan 't studeeren was.

„Zeker beste. Geen slecht nieuws, hoop ik ?" en tante Meta keek met een half genoeglijke, half bezorgde uitdrukking op haar moederlijk gezicht, van haar naaiwerk op; want zij hield veel van een degelijk gesprek met haar zoon en wist dat hij altijd iets bizonders te vertellen had.

„Het zal denkelijk een goede tijding voor u zijn," antwoordde Demy lachend, terwijl hij zijn courant neerwierp en naast haar kwam zitten op de kleine sofa voor twee personen.

„Laat me 't dan maar gauw hooren."

„Ik weet dat u niet erg met mijn journalist worden bent ingenomen, en met blijdschap hooren zult, dat ik liet heb opgegeven."

„Zoo ? — Ja, dat doet mij groot genoegen. Het is een veel te onzeker bestaan en geeft vooreerst nog geen vooruitzicht op verbetering. Ik zou je zoo graag geplaatst zien in een goede betrekking, waarin je blijven en mettertijd geld verdienen kunt. Ik had liever gezien, dat je een bepaald vak hadl gekozen; maar nu je dit eenmaal niet hebt gedaan, is elke flinke en geregelde bezigheid mij goed."

„Wat dunkt u van ambtenaar aan een spoorweg-station ?" „'t Is niet erg naar mijn zin. Zoo'n middelpunt van rumoer en gejaagdheid, waar allerlei ruw volk werkzaam is. Ik hoop niet dat je zoo'n betrekking kiezen zult."

„Ik kan er een plaats krijgen ; maar bevalt boekhouden in een engros-leerhandel u beter?"

„Neen, je loopt kans een hoogen rug te krijgen door voortdurend achter een lessenaar te staan ; en „eens boekhouder, altijd boekhouder," zegt men.

„Handelsreiziger dan."

„Alstjeblieft niet! Goed om je leven te verliezen bij een spoorwegongeluk of ziek te worden door altijd aan weer en wind te zijn blootgesteld en door het slechte voedsel, dat je op je heen en weer trekken zult krijgen."

„Ik kan ook secretaris worden bij een letterkundige;

Sluiten