Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Wel, John, ik dacht aal elk snippertje, door die „engel" aangeraakt, een kostbaar kleinood was. Houd je dan niet van haar?"

„Heel veel, dat doen wij allemaal; maar „zuchten en kwijnen" zooals jij het zoo krachtig hebt uitgedrukt, valt niet erg in mijn geest. Beste meid, je tooneelstukken maken je romantisch, en omdat Alice en ik soms samen verliefde rollen spelen, begin je het in je dwaze hoofdje te halen, dat wij werkelijk op elkander verliefd zijn. Verspil je tijd niet met overal naar mystificatiën le zoeken, maar bemoei je met je eigen zaken, en laat de mijne met rust. Ik vergeef 't je nu nog, maar doe het niet weer; het is niet netjes, en treurspelkoninginnen ravotten niet."

Deze laatste zet bracht Josie den genadeslag toe; zij vroeg nederig om vergiffenis en ging naar bed. Demy volgde haar spoedig, in de overtuiging zijn al te nieuwsgierig zusje om den tuin te hebben geleid. Doch wanneer hij haar gezicht had kunnen zien, toen zij naar de zacht klagende tonen van zijn fluit stond te luisteren, zou hij zich niet zoo zeker van zijn zaak hebben gevoeld; want zij keek zoo slim als een ekster, toen zij met een verachtelijk snuffen zei: „Neen hoor, mij kun je niet foppen! Echte serenades zijn het! Arme jongen! wat is hij verliefd!"

HOOFDSTUK XI.

emil's donkere dagen voor kerstmis.

De „Brenda" liep voor het lapje, met alle zeilen in top om den opstekenden wind te vangen, en iedereen aan boord verheugde zich, want de lange reis naderde haar einde.

„Nog vier weken, mevrouw Hardy, dan zullen we u een kopje thee voorzetten, zooals u nog nooit hebt geproefd," zei de tweede stuurman Hofïman, een paar dames aansprekende, die een beschut hoekje op het dek hadden gezocht

Sluiten