Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij had bijgewoond, van de voorkomendheid zijner nieuwe vrienden, de pracht van de opera, en de heerlijke studie onder leiding van een meester als Baumgarten. Aan 't slot uitte hij zijn hoop op spoedige verdienste en oprechte dankbaarheid jegens hen, die deze tooverwereld voor hem geopend hadden.

„Dat zijn nog eens prettige en bevredigende berichten. Ik wist wel dat Nat verborgen krachten in zich had, toen hij ons verliet; hij was zoo ferm er, vol goede plannen," zei mevrouw Bhaer op een toon van voldoening.

„Wij zullen zien. Hij zal ongetwijfeld nog menig lesje ontvangen en er des te beter om worden. Dat krijgt ieder in zijn jonge jaren, en ik hoop dat ze voor onzen goeden jongen niet al te hard zullen zijn," antwoordde de professor met een glimlach, zich zijn eigen studentenleven in Duitschland herinnerend.

Hij had gelijk, en Nat leerde reeds zijn levenslessen met een vlugheid, die zijn vrienden thuis zou hebben verbaasd. Op allerlei onverwachte manieren ontwikkelde zich de mannelijkheid, waarover tante Jo zich zoo verheugde, en de bedeesde Nat stortte zich in de onschuldige vermaken der vroolijke stad, met het vuur van den onervaren jongeling, die zijn eerste teug neemt uit den beker van het genot. Die onbeperkte vrijheid en dat gevoel van onafhankelijkheid waren heerlijk, want de vele weldaden begonnen hem zwaar te vallen, en hij hunkerde naar het oogenblik waarop hij op eigen beenen kon staan en zichzelf zijn weg door de wereld zou banen. Niemand hier kende zijn verleden; en met een welvoorziene uitrusting, een flinke somgeldsbij zijn bankier en den besten leermeester in Leipzig, maakte hij zijn debuut als een muzikaal jongmensch, aanbevolen door den hooggeachten professor Bhaer en den vermogenden heer Laurence, die vele vrienden hadden, wier huis bereidwillig voor hun beschermeling werd opengesteld. Dank zij deze introducties, zijn vloeiend Duitsch, bescheiden manieren en onmiskenbaar talent, werd de vreemdeling hartelijk verwelkomd en onmiddellijk opgenomen in een kring, waarin menig eerzuchtig jongmensch tevergeefs beproefde binnen te dringen.

Sluiten