Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekeningen, die hem als een sneeuwstorm overviel en onder een lawine van berouw, wanhoop en zelfverachting begroef. Deze rekeningen waren zoo talrijk en zoo groot, dat hij er verschrikt en ontsteld van was, want, zooals professor Bhaer wijselijk had voorspeld, kende hij de waarde van het geld weinig. Wilde hij ze alle dadelijk voldoen, dan moest zijn laatste dollar er bij inschieten en zou hij in de eerste zes maanden geen cent overhouden, tenzij hij naar huis schreef om meer. Eer hij dat deed, wilde hij liever sterven, en zijn eerste gedachte was uitkomst te zoeken aan de speeltafel, waartoe zijn nieuwe vrienden hem reeds dikwijls hadden willen overhalen. Maar hij had professor Bhaer beloofd weerstand te bieden aan, wat hem toen een ondenkbare verzoeking scheen, en nu wilde hij de reeds zoo lange lijst van vergrijpen niet met een nog zwaardere vergrooten. Leenen wilde hij niet, bedelen nog minder; wat moest hij dan doen? Want deze verschrikkelijke rekeningen moesten betaald worden, en zijn studiën worden voortgezet, of zijn heele reis zou schandelijk zijn mislukt. Toch moest hij in dien tusschentijd leven. Maar hoe? Terneergebogen door berouw over zijn dwaasheden in de laatste maanden, zag hij te laat in, op welken verkeerden weg hij zich bevond en hij liep wel een uur lang zijn gezellige kamers op en neer, wadend in een poel van ellende, terwijl geen helpende hand werd uitgestoken om hem te redden, — ten minste zoodacht hij, tot hem eenige brieven werden gebracht, en tusschen nieuwe rekeningen, eene smoezelige enveloppe te voorschijn kwam, met een Amerikaansch postzegel in den hoek.

O, wat was die brief welkom! Met hoeveel genot las hij de lange bladzijden, vol hartelijke wenschen van allen te huis! Want ieder had een paar regels geschreven, en naarmate elke welbekende naam zijn oog trof, werden zijn blikken meer en meer verduisterd, tot hij het bij het lezen van de laatste woorden: „God zegene mijn jongen! — Moeder Bhaer," te kwaad kreeg; en het hoofd op de armen leggend, doorweekte hij het papier met een tranenvloed, die zijn beklemd gemoed verlichtte en hem reinigde van de zonde, die zoo zwaar op zijn geweten woog.

Sluiten