Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uilenburg hun door zijn brillenglazen vernietigende blikken toewierp; hun bacchanaliën aan het licht bracht en aan de algemeene verachting prijsgaf.

Verheugd over de verwoesting, die hij had aangericht, wendde de geleerde man zich nu tot de beminnelijke Diana, even wit en onbeweeglijk als het gepleisterd hert naast haar. Met haar sandalen, boog en halve maan, vormde ze het volmaaktste standbeeld in de verzameling. Zij werd zeer verschoonend behandeld door den vaderlijken criticus, die slechts terloops zinspeelde op haar tegenzin in het huwelijk, haar ingenomenheid met aesthetische uitspanningen, en haar profetische gaven; waarna hij een boeiende beschouwing over ware kunst ten beste gaf, en tot zijn laatste beeld overging.

Dit was Apollo in groot tenue, zijn krullen behendig geschikt, om een met een dikke laag kalk bestreken litteeken boven zijn oog te verbergen, zijn welgevormde beenen in den juisten stand, en zijn begaafde vingers gereed liemelsche tonen te ontlokken aan het verzilverde rooster, dat zijn lier voorstelde. Nadat zijn goddelijke eigenschappen beschreven waren, kwamen zijn kleine dwaasheden en tekortkomingen aan de beurt, waaronder een zwak voor photographeeren en (luitspelen, zijn pogingen om een krant te redigeeren, en zijn voorliefde voor het gezelschap der muzen; welke laatste opmerking de meisjes deed glimlachen en blozen, en veel vroolijkheid veroorzaakte onder de verslagen jongelingen; want gedeelde smart is halve smart, en hierna durfden zij het hoofd weer opsteken.

Ten slotte hield de professor nog een kleine afscheidrede, en bedankte zijn publiek met een diepe buiging. Nadat hij verscheiden keeren was teruggeroepen, viel eindelijk het scherm, doch niet snel genoeg om fe verbergen dat Mercurius lustig met zijn bevrijde beenen zwaaide, Hebe haar trekpot liet vallen, Bacchus op zijn vat ging rollen, en mevrouw Juno, den onbeschaamden professor Uilenburg met Jupiter's plak om de ooren gaf.

Terwijl het publiek het vertrek verliet om in de eetzaal te gaan soupeeren, leverde het tooneel een schouwspel op van onbeschrijfelijke verwarring; daar goden en godinnen, boeren, baronnen, dienstboden en decorateurs bont dooreen

Sluiten