Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar de groote Bergmann zijn leerlingen zelden prees, stemden deze woorden Nat innig blij en dankbaar, en trolsch werkte hij nog vlijtiger dan te voren om aan de gunstige verwachting te voldoen. Het uitstapje naar Engeland was al bijna te veel geluk, meende hij, maar er volgde nog meer. In 't begin van Juni, brachten Frans en Emil hem een vluchtig bezoek en allerlei goede tijdingen, hartelijke wenschen en nuttige geschenken. En Emil, die zich soms erg eenzaam gevoelde, had hen wel om den hals kunnen vallen en als een meisje schreien, toen hij zijn oude kameraden terugzag. Hoe blij was hij zich aan hen te kunnen vertoonen op zijn kleine kamer, druk bezig aan zijn werk en niet den heer uithangend met geleend geld! Hoe trotsch was hij hun zijn plannen te ontvouwen, de verzekering te kunnen geven dat hij geen schulden had en hun achting voor zijn zuinigheid en standvastigheid waard te zijn! Hoe verlicht, toen zij, nadat hij openhartig zijn tekortkomingen had opgebiecht, er slechts om lachten en vertelden dat ook zij dergelijke toestanden bij ondervinding kenden en er door hadden geleerd. In het laatst van Juni zou hij het huwelijk gaan bijwonen, en zich vervolgens bij zijn collega's in Londen aansluiten. Als getuige kon hij het nieuwe pak niet weigeren, dat Frans volstrekt voor hem wilde bestellen en een wissel van huis, die zoowat om dienzelfden tijd kwam, gaf hem het gevoel alsof hij millionnair was, en een gelukkige ook, want de cheque ging vergezeld van zulke hartelijke brieven vol deelneming in zijn succes, dat hij het bewustzijn kreeg, dit geld nu toch eerlijk te hebben verdiend, en hij het oogenblik van zijn vertrek met jongensachtig ongeduld tegemoet zag.

Intusschen telde ook Dan de weken, die nog verloopen moesten eer het Augustus zou zijn, en hij zijn vrijheid zou herkrijgen. Maar geen huwelijksfeest of vroolijke muziek wachtte hem; geen vrienden zouden hem begroeten wanneer hij de gevangenis verliet; geen hoopvolle vooruitzichten lachten hem tegen; geen gelukkig wederzien der huisgenooten zou hem beschoren zijn. Toch had hij oneindig meer vorderingen gemaakt dan Nat, hoewel het slechts God en een enkel edel mensch bekend was. Het was een duur gekochte overwinning geweest, maar

Sluiten