Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zou nooit weer zoo'n zwaren strijd te strijden hebben.

Spoedig zou hij weer vrij zijn, weliswaar afgemat van den strijd, maar toch weer buiten in lucht en zonneschijn. Wanneer hij er aan dacht, was het Dan alsof hij onmogelijk langer kon wachten. Nacht op nacht overlegde hij, op zijn harde rustbank gelegen, hoe hij, na volgens zijn belofte Mary Mason te hebben bezocht, dadelijk naar zijn oude vrienden, de Indianen, zou trekken om in de wildernis zijn schande tc verbergen. Medewerken aan de redding van zoo velen, zou een goede boete zijn voor de misdaad een mensch te hebben gedood, meende hij; en het oude, vrije leven zou hem bewaren voorde verleidingen, waardoor hij in de steden van alle kanten was omringd.

„Later, wanneer ik weer geheel de oude ben en iets vertellen kan, waarover ik mij niet behoef te schamen, zal ik naar huis gaan," zei hij lot zichzelf, met zoo'n hevig verlangen in zijn hart om nu op Plumfield te kunnen zijn, dat hij dit even moeilijk vond in toom te houden als een van zijn ongetemde paarden in de prairieën. „Nog niet. Eerst moet ik dit te boven komen. Wanneer ik nu ging, zouden ze den smet der gevangenschap zien, ruiken en tasten, en ik zou hen niet in de oogen durven kijken en de waarheid verborgen houden. Ik wil Ted's genegenheid, moeder Bhaers's vertrouwen en de achting van — de meisjes niet verliezen; want zij hadden in elk geval toch respect voor mijn kracht; maar nu zouden zij mij niet durven aanraken." En de arme Dan zag met een rilling van afgrijzen naar de gebruinde vuist, die hij onwillekeurig balde, bij de gedachte wat zij had uitgericht, sedert een zeker klein, blank handje er vertrouwelijk in had gerust. „Ik zal nog maken dat zij trotschop mij kunnen zijn, en niemand zal van dit vreeselijke jaar ooit iets weten. Ik kan het uitwisschen en zal het, met God's hulp!"

Sluiten