Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had een nieuw pak aan, dat hij zoo lang mogelijk netjes wilde houden, overtuigd dat het hem flatteerde.

„Blij je van dienst te kunnen zijn," antwoordde de tweede, weer met eene beleefde buiging.

„Veel plezier, ik zal liever mijn gemak nemen!" voegde de dikke er bij, hunkerend naar rust in de koele schaduw en naar een gezellig praatje met de Prinses.

„Ja, dat is goed, ga Betsy maar wal troosten; ze heeft wel wat opbeuring noodig. Je hebt zeker wel wat lekkers in je zak, George. Presenteer haar maar eens, dan kan Adolf haar rackel krijgen. Ingerukt marsch!" en haar gevangenen voor zich uitdrijvend, keerde Josie in triumf naar het tennisveld terug.

Zwaar neervallend op de bank, die onder zijn gewicht kraakte, haalde Stufly bereidwillig de doos met bonbons voor den dag, die hij altijd bij zich droeg, en onthaalde Betsy op flikken en andere lekkernijen; terwijl Dolly moeite had zich niet te laten verslaan door zijn zeer bekwame tegenpartij. Toch zou hij gewonnen hebben, als hij niet het ongeluk had gehad te struikelen, waardoor er een leelijke vlek op de knie van de nieuwe witte broek kwam, wat zijn gedachten afleidde en hem onverschillig maakte. Trotsch op haar overwinning, vergunde Josie hem le rusten, allerlei ironische troostgronden aanvoerend voor het ongeluk, dat hem klaarblijkelijk zeer hinderde.

„Wees nu geen ouwe zeur! Die vlek kan er immers worden uitgemaakt. Toen je vroeger op de wereld was, ben je zeker een kat geweest, zoo bang ben je voor een beetje slof; of een kleermaker, die nergens anders voor leeft dan voor zijn kleeren."

„Kom, plaag nu een overwonnene niet," antwoordde Dolly van uit het gras, waar hij en Stufly zich hadden neergevleid om plaats te maken op de bank voor beide meisjes. Een zakdoek was onder hem uitgespreid, en zijn elleboog rustte op een tweeden, terwijl zijn oogen telkens naar de bruingroene vlek dwaalden, die hem zoo ergerde. „Ik zie er graag netjes uit en vind het niet beleefd in oude schoenen en bestoven kleeren voor dames te verschijnen. Onze jongelui zijn heeren, óók in hun kleeding,"

Sluiten