Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

autoriteiten dit kwaad niet; zij weten toch hoe gevaarlijk het is? Het hart kromp mij inéén, toen ik die jongens, die t'huis en in hun bed moesten zijn, zag heengaan om een nachl in losbandigheid door te brengen, en, wie weet, hun leven voor altijd te verwoesten!"

De jongens keken verschrikt op bij mevrouw Bhaer's heftig protest tegen een door de mode van den tegenwoordigen tijd gewettigd amusement, en wachtten met een schuldig geweten op wat er verder komen zou, Stutly verheugd dat hij nooit aan zulke nachtelijke buitensporigheden had deelgenomen en Dolly innig dankbaar „dat hij gauw was heengegaan." Met een hand op beider schouder, ging tante Jo op haar moederlijksten toon voort:

„Mijn beste jongens, wanneer ik niet van je hield, zou ik zulke dingen niet zeggen. Het is niet prettig om aan te hooren, dat weet ik; maar mijn geweten dwingt mij tot spreken, wanneer een woord van mij je beiden behoeden kan. voor de twee zwaarste zonden, die een vloek zijn voor de Ivereld en zoo menig jongmensch ten verderve voeren. Jullie begint nu juist hun verlokkingen te voelen, en binnenkort zal het jullie zwaar vallen terug te gaan. Keert terug nu — terwiji het nog tijd is, en redt niet alleen je zelf, maar helpt anderen door je voorbeeld. Komt bij mij, wanneer je iets hindert. VVeest niet verlegen of beschaamd; ik heb menigmaal treuriger bekentenissen aangehoord, dan jullie mij waarschijnlijk ooit zult doen en menigen armen drommel kunnen troosten, die uit gebrek aan een waarschuwend woord op het geschikte oogenblik, den verkeerden weg was opgegaan. Toe, doe het, dan zullen jullie je moeders met onbezoedelde lippen kunnen kussen en mettertijd het recht hebbende liefde van een onschuldig meisje te vragen."

„Ja, mevrouw! Dank u! — U hebt volkomen gelijk; maar 't is drommels lastig voet bij stuk te houden, wanneer dames iemand wijn aanbieden en deftige heeren hun dochters wel een voorstelling van „Aimée" laten bijwonen," zei Dolly, die moeilijkheden voorzag en vond dat het hoog tijd werd er een stokje voor te steken.

„Dat is het; maar des te meer eer voor hen, die den moed en het verstand hebben, de openbare meening of

Sluiten