Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kneveltje onder den neus geplakt, dat hij bij 't comediespelen dikwijls droeg. Het stond hem bepaald knap en scheen de eenige balsem, die in staat was de wonde te heelen, geslagen door het verlies van den vurig begeerden hoed.

„Doe dat dadelijk af, ondeugende jongen! Wat zou je vader wel zeggen van zoo'n dwaasheid, op een dag als vandaag, nu wij ons allen zoo verstandig mogelijk moeten gedragen riep tante Jo uit, terwijl zij beproefde boos te kijken, doch bij zichzelve dacht, dat er onder de vele jongens in haar omgeving, toch geen zoo knap en origineel was als haar lange zoon.

„Toe, laat hem het voorhouden, Tante; het staat zoo Hink. Iedereen zal denken dat hij minstens achttien is," riep Josie, die vermomming, in welken vorm ook, altijd aantrekkelijk vond.

„Vader zal het niet eens zien ; hij heeft het veel te druk met al de groote oome's en de meisjes. En al merkt hij het, dan is er nóg niets verbeurd ; hij zal het wel aardig vinden en mij als zijn oudsten zoon voorstellen. Als ik in groot tenue ben, wordt Rob toch over 't hoofd gezien!" enTed liep als een moderne Hamlet met langzame tooneelstappen door de kamer.

„Mijn zoon, het moet gebeuren!" gebood tante Jo, en als ze op dien toon sprak, was haar woord wet. Later kwam hel kneveltje echter toch voor den dag, en menige vreemdeling geloofde vast en zeker, dat er drie jonge Bhaer's waren. Dus ving Ted toch één straaltje van vreugde op, dat zijn somber leed verhelderde.

Professor Bhaer voelde zich trotsch en gelukkig, toen hij op het vastgestelde uur neerkeek op het parterre vol jeugdige gezichten voor hem, denkend aan „de kleine tuintjes," waarin hij jaren geleden, hoopvol en getrouw, het goede zaad had gezaaid, dat zulk een rijken oogst opleverde. Het eerwaardige gelaat van mijnheer March straalde van de reinste voldoening, want dit was, na geduldig wachten, de vervulling van zijn levensdroom, terwijl de liefde en eerbied, waarmee de jonge mannen en vrouwen tot hem opzagen, bewezen, dat de eenige belooning die hij begeerde, hem in de ruimste mate geschonken werd.

Sluiten