Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omspeeld. „O! mijn beste jongen, ik had aldoor een gevoel dat je terug zou komen, en toen alle anderen wanhoopten, gaf ik den moed niet op, maar beweerde dal je je wel ergens op die verraderlijke zee aan een plechtanker vasthield."

„Natuurlijk!" antwoordde Emil met vuur. „En mijn plechtanker was in dit geval de gedachte aan wat u en oom vroeger hadden gezegd. Dat hield mij boven water, en onder de duizende gedachten, die mij gedurende die vreeselijke nachten door 't hoofd vlogen, kwam mij telkens die van de roode draad, voor den geest, weet u wel? De vergelijking trof mij, en ik besloot dat, zoolang een stuk van mijn kabel drijvende bleef, de roode draad er in zou zitten."

„Die was er, mijn jongen, die was er! Dat heeft kapitein Hardy getuigd, en hier is je belooning!" riep tante Jo met geestdrift en ze kuste Mary met een moederlijke teederheid, die bewees dat zij aan de Engelsche roos de voorkeur gaf boven het Duitsche korenbloempje, hoe lief en bescheiden het ook was.

Emil zag dit klein intermezzo met welbehagen aan, en zei, terwijl hij rondkeek in de kamer, die hij nooit gedacht had weer te zien: „Vreemd, zoo duidelijk als kleinigheden iemand in tijden van gevaar weer voor den geest komen. Toen wij wanhopig en hall'verhongerd rondzwalkten, was het mij gedurig alsof ik hier de bel hoorde luiden en Ted naar beneden stormen, terwijl u riep: „Jongens! jongens! het is tijd om op te staan!" Ik rook de koffie die wij hier altijd kregen, en op een nacht, toen ik uit een droom over Daisy's gemberkoekjes wakker werd, kwamen de tranen mij in de oogen. Ik moet eerlijk verklaren, dat het een van de bitterste teleurstellingen was, die ik in mijn leven heb ondervonden, den honger in 't aangezicht te moeten zien, met dien kruidigen geur in mijn neus. Als ze er op 't oogenblik zijn, geef mij er dan eens eentje!"

Een medelijdend gemompel ging op onder de tantes en nichtjes, en Emil werd onmiddellijk meegenomen om zijn hart op te halen aan de verlangde koekjes, die altijd in voorraad waren. Mevrouw Bhaer en haar zusters voegden

Sluiten