Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In alle opztchten. Nat zal in Bachmeister's orkest een goede oefenschool vinden, op een prettige manier Londen zien, en wanneer hij voldoet, als een van de eerste violisten met hem teruggaan. Het is wel geen groote eer, maar een vaste betrekking en een sport hooger op de ladder der fortuin. Toen ik hem er geluk mee wenschte, was hij er dol blij over en zeide: „Zeg het vooral aan Daisy — niet vergeten, hoor!" Dit draag ik nu aan u op, tante Meta, en u kunt haar dan ook voorzichtig vertellen, dat de ouwe jongen een mooien blonden baard gekregen heeft, 't Staat hem heel goed ; verbergt zijn karakterloozen mond, en geeft nog meer uitdrukking aan zijn groote oogen en zijn „Mendelssohniaansch voorhoofd," zooals een sentimenteele schoone eens heeft gezegd dat hij had. Ludmilla heeft een portret van hem voor u meegebracht.

Deze en nog vele andere interessante berichten werden met de grootste belangstelling aangehoord. Frans vertelde zoo onderhoudend en schilderde zoo levendig Nat's spaarzaamheid, noeste vlijt en geduld, dat mevrouw Meta al half werd overgehaald; ofschoon zij zich, was de geschiedenis van Minna en het spelen in biertuinen en langs de straat haar ter oore gekomen, misschien niet zoo spoedig had laten verbidden. Zij onthield echter alles wat zij hoorde en, als eene echte moeder, stelde zij zich een heerlijk gesprekje met Daisy voor, waarin zij zich gaandeweg zou laten verteederen en misschien het onzekere: „Wij zullen zien," in een hartelijk: „Hij heeft zijn best gedaan; wees gelukkig, lieve kind," veranderen zou.

Midden in dit genoeglijk gepraat voerde het slaan van een klok tante Jo plotseling van het rijk der verbeelding naar de werkelijkheid terug, en riep zij verschrikt met een greep naar de haarspelden die ze dreigde te verliezen:

„Mijn lieve menschen; jullie moet eten en rusten; en ik moet mij kleeden, of zooals ik nu ben de gasten ontvangen ! Meta, wil jij Ludmilla en Mary mee naar boven nemen en verzorgen? Frans weet zelf den weg naar de eetzaal nog wel te vinden. Kom Frits, ga mee en laatje wat opknappen, want de warmte en de agitatie hebben ons deerlijk toegetakeld."

Sluiten