Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Toen zij opnieuw luisteren kon, was mevrouw Brooke weer aan 't woord, en nog steeds over John.

„Sommige menschen zouden het verkwistend endwaas noemen, omdat hij zelf zoo weinig heeft; maar ik denk er anders over en was trotsch op hem."

„Misschien vraagt hij Alice wel niel, omdat hij haar nog niets kan aanbieden. Maar hij vergeet, dat liefde voor een vrouw het allervoornaamste is."

„Juist, mijn kind. Ik dacht er vroeger ook zoo over en was volkomen bereid te werken en te wachten met en op m ij n John."

„Dat zou Alice ook, en ik hoop dat John het begrijpt. Zoudt u het goedvinden, Moeder?"

„Zeker, kind, ik zou me er echt over verheugen. Ze is net een meisje zooals ik voor John begeeren zou, en als ik er iets aan kan doen zullen ze samen gelukkig worden. Haar hart is groot genoeg voor liefde en plicht tegelijk, en zij kunnen veel gemakkelijker wachten, wanneer zij het samen doen, — want wachten zullen zij natuurlijk in elk geval moeten."

„Ik ben zoo blij dat z ij n keus u bevalt, Moeder en hem de allergrootste teleurstelling wordt bespaard."

Hier stokte Daisy's zachte stem, en een plotseling geritsel, gevolgd door een zacht gemompel, scheen aan te duiden dat zij in de armen van haar moedei' troost zocht en ook vond.

Alice hoorde niet meer en sloot het raam, met een schuldig geweten, maar een stralend gezicht; want het spreekwoord omtrent luisteraars aan den wand, was hier niet van toepassing geweest, en zij was meer te weten gekomen, dan zij had durven hopen. Alles scheen plotseling anders geworden, en zij voelde dat haar hart groot genoeg was voor liefde en plicht tegelijk ; zij wist nu dat moeder en zuster haar hartelijk zouden verwelkomen; en de herinnering aan Daisy's minder gelukkig lot, Nat's vervelenden proeftijd, het lange uitstel en de mogelijke scheiding voor altijd — dit alles kwam haar zoo helder voor den geest, dat voorzichtigheid wreedheid scheen, zelfopoflering, sentimenteele dwaasheid en alles, behalve de geheele waarheid,

Sluiten