Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergitïenis overliet. Mijnheer Laurie begon dadelijk zijn invloed, ten behoeve van Dan's zending, bij allerlei hooggeplaatste personen aan te wenden en bracht de machinerie in beweging, die zoo rijkelijk geolied moet worden, voor en aleer iets geschieden kan, waar het gouvernement in betrokken is.

Met de wijsheid van een kundig paedagoog, verschafte professor Bhaer voedsel voor Dan's hongerigen geest en kweekte bij zijn zellkennisaan, door op zoo'n vaderlijke wijze de taak van den goeden kapelaan voort te zetten, dat de jongeman dikwijls een gevoel had, alsof hij een vader gevonden had. De jongens namen hem mee uit rijden en vermaakten hem met hun grappen en plannen, terwijl de vrouwen, oud en jong, hem oppasten en verwenden, tot hij zich gevoelde als een sultan, omringd door een schare getrouwe slavinnen, die op zijn geringste wenken vlogen.

Een klein proelje hiervan was reeds genoeg voor Dan, die een mannelijken afkeer van «vertroetelen" had en zoo weinig ziekte had gekend, dat hij zich tegen het bevel van den dokter „kalm houden" verzette. Al het gezag van tante Jo en al de vindingrijkheid der meisjes werden gevorderd, om hem te beletten zijn rustbank te verlaten, eer de gekneusde rug en het gewonde hoofd waren genezen. Daisy kookte voor hem ; Nan zorgde voor medicijnen; Josie las voor, om de lange uren van werkeloosheid, die hem zoo zwaar vielen, te helpen verdrijven, terwijl Betsy al haar teekeningen en beeldjes meebracht om hem bezig te houden en op zijn bizonder verzoek in zijn kamer den bufïelkop begon Ie boetseeren, dien hij haar eens gegeven had. Zulke namiddagen schenen het prettigste gedeelte van den dag, en tante Jo, bezig in haar studeervertrekje daarnaasl, kon het vriendschappelijk drietal zien, en genieten van het aardig tooneelfje dat zij opleverden. De meisjes, zeer gevleid over het welslagen van hun pogingen, deden hun best zoo onderhoudend mogelijk te zijn, Dan's luimen radend met den vrouwelijken tact, die de meeste meisjes reeds eigen is, voordat zij hun korte jurken ontgroeid zijn. Was hij vroolijk, dan weerklonk de kamer van hun gelach; was hij somber, dan lazen of werkten zij in eer-

Sluiten