Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jeugd, tijd en vernieuwde hoop zouden troost brengen, en de ergste pijn van het brandmerk der gevangenis helpen verdrijven. Op andere tijden echter verdween die trek, en scheen bij alle ellende vergeten, wanneer hij grappen maakte met de jongens, met oude vrienden praatte of op zijn dagelijkfchen rit genoot van de eerste sneeuw. Waarom moest dan die donkere schaduw hem steeds omhullen in het gezelschap van die twee aardige meisjes? Zij zelve schenen die nooit op te merken, en als een van beiden keek of sprak, antwoordde Dan steeds met een opgewekten lach als een zonnestraal die door de wolken breekt. Dus ging tante Jo maar stilletjes voort met op te letten, zich te verwonderen en ontdekkingen te doen, tot het toeval haar vrees bevestigde.

Op een dag werd Josie weggeroepen, en Betsy, vermoeid van haar werk, bood aan haar plaats in te nemen, als hij nog meer wilde hooren voorlezen.

„Graag; jouw lezen bevalt mij beter dan dat van Jo. Zij spreekt zoo rad, dat mijn suffe hoofd in de war raakt en pijn begint te doen.Zeg het haar vooral niet; zij is een beste meid, en het is erg vriendelijk van haar, hier bij zoo'n beer te willen zilten."

„Je bent. geen beer, maarheelgoed en geduldig,vinden wij. Mama zegt, dat het ondraaglijk hard is, opgesloten te zijn, voor jou, die altijd zoo vrij bent geweest; en het lijkt mij ook verschrikkelijk."

Was Betsy niet bezig geweest met een paar titels te lezen, dan had zij Dan kunnen zien ineenkrimpen, alsof haar laatste woorden hem pijn hadden gedaan; maar andere oogen zagen en begrepen waarom hij er plotseling uitzag alsof hij wilde opspringen en wegrennen, in vliegende vaart den heuvel op, zooals hij vroeger deed, wanneer het verlangen naar vrijheid onweerstaanbaar werd. Door een plotselinge ingeving aangespoord, nam tante Jo haar werkmandje op en voegde zich bij haar buren, voorziende dat er wel een afleider noodig zou zijn; want Dan zag er uit als een donderwolk, oververzadigd van electriciteit.

„Wat zullen wij lezen,Tantetje? 't Schijnt Dan onverschillig te zijn. U kent zijn smaak. Noem eens iets op, dat aardig, rustig en kort is, want Josie zal wel dadelijk terugkomen,"

Sluiten