Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zei Betsy, nog steeds zoekend onder de boeken, die op de groote tafel midden in de kamer lagen opgestapeld.

Voordat mevrouw Bhaer kon antwoorden, trok Dan een versleten deeltje onder zijn hoofdkussen te voorschijn, en overhandigde het haar met de woorden: „Lees het derde verhaaltje als je wilt — het is kort en aardig — ik hoor het graag."

Hel boekje viel juist op de aangeduide plaats open, alsof het derde verhaaltje dikwijls herlezen was, en Betsy lachte toen zij den titel zag.

„Hé, Dan, ik had niet gedacht, dat dit romantische Duitsche verhaaltje jou zou aantrekken. Er komt wel van vechten in, maar het is vreeselijk sentimenteel, als ik mij goed herinner."

„Dat weet ik wel; maar ik heb zoo weinig gelezen, dat ik eenvoudige verhalen nog het mooist vind. Dit boekje was dikwijls mijn eenige lectuur; ik geloof dat ik het nu wel van buiten ken, en die strijdende menschen, die duivels en engelen en lieftallige dames vervelen mij nooit. Lees „Aslauga's ridder" maar eens, ik wed dat het je wel bevalt. Edwald was mij wat te zoetsappig; maar Froda vond ik prachtig, en de fee met het blonde haar deed mij altijd aan jou denken."

Terwijl Dan dit zei, zocht tante Jo een plaatsje op, vanwaar zij hem in den spiegel kon bespieden, en zette Betsy zich op een stoel tegenover hem. Haar armen ophellend, om het lint opnieuw te strikken, dat haar krullen bijeenhield, zei ze:

?Ik hoop dat Aslauga's haar niet zoo lastig was als het mijne, want het gaat altijd los. Ik ben dadelijk klaar hoor!"

„Bind het niet op, als je wilt; laat het hangen. Ik zie het zoo graag glinsteren en 't past precies bij de geschiedenis, Blondje!" pleitte Dan, den ouden kinderbijnaam gebruikend, terwijl hij zelf er veel meer als de zorgelooze knaap van vroeger uitzag, dan hij in langen tijd had gedaan.

Lachend schudde Betsy haar mooie lokken en begon te lezen, blij dat zij haar gezicht wat verbergen kon, want complimentjes maakten haar altijd verlegen, wie ze ook gaf. Dan luisterde nu oplettend, en tante Jo, wier oogen dikwijls van haar naald naar den spiegel dwaalden, kon zonder dat zij zich behoefde om te keeren, zien, hoe gretig hij elk woord opving, alsof hel een diepere beteekenis voor hem had, dan voor de toehoorsters. Zijn gezicht werd wonderlijk verhelderd door

Sluiten