Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Vedelaar waart gij — tweede violist zijt gij — eerste zult gij worden! Heil u! Heil!"

Dit veroorzaakte een algemeen gelach, waardoor de geheele gebeurtenis plotseling een vroolijk en huiselijk aanzien kreeg. Daarna ontbrandde het gewone kruisvuur van vragen en antwoorden, terwijl de jongens Nat's blonden baard en vreemden kleederdracht, de meisjes zijn gezond en ferm uiterlijk bewonderden ■— en de ouderen zich over zijn gunstige vooruitzichten verheugden. Natuurlijk verlangden allen hem te hooren spelen, en toen de tongen vermoeid raakten, gaf hij gaarne iets ten beste, de meesteischendenzelfs verbazend, zooweldoorzijn vorderingen inde muziek, als door de geestkracht en zelfbewustheid, die van den blooden Nat een geheel ander mensch hadden gemaakt. Een poos later, toen de viool — het meest menschelijke van alle muziekinstrumenten — hun de liefelijkste liederen zonder woorden toegezongen had, zei hij, om zich heen ziende naar de oude vrienden, met wat professor Bhaer, „een gevoelvolle uitdrukking van geluk en tevredenheid" noemde:

„Laat mij nu nog iets voor u spelen, dat ge u allen herinneren zult, hoewel het u nooit zoo zal treffen als mij," en de vereischte houding aannemend, speelde hij het straatdeuntje, dat hij op den eersten avond van zijn komst op Plumfield ten gehoore had gebracht. Zij herinnerden het zich allen, en vielen in, bij het klagend refrein, dat zoo goed zijn eigen aandoening weergaf:

„Acb, mijn hart is droef en treurig —

Zwaar toch is m(jn kruis —

'k Hunker naar de oude woning Naar myne vrienden t'huis."

„Nu voel ik mij beter," verklaarde tante Jo, toen zij spoedig daarna allen den heuvel atliepen. Sommige van onze jongens zijn mislukt, maar ik denk dat dit exemplaar goed zal uitvallen, en onze geduldige Daisy eindelijk een gelukkig vrouwtje wordt. Dat is jouw werk, Frits, en ik wensch er je van harte geluk mee.

„Ach! wij kunnen slechts zaaien, en vertrouwen dat het zaad op vruchtbaren bodem valt. Ik zaaide misschien,

Sluiten