Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer, om van den verborgen schat niet meer te nemen dan hij volstrekt noodig had; en om hem recht te doen, de nood was op dit oogenblik voor hem wel zeer dringend. Hij trad dus nader bij de cache, strekte zorgvuldig zijn deken en bisonsvel er omheen, om de aarde te verzamelen, en toen nederhurkend, begon hij met zijn mes het eerste vierkant uit de zode te snijden.

Zijne huivering en angst toen hij voor de eerste maal zijn mes in den grond stak, laten zich moeielijk beschrijven.

Met de meeste behoedzaamheid nam hij een voor een de graszoden weg die, naar het hem voorkwam, den omvang der cache besloegen.

Na dit eerste werk te hebben verricht, rustte hij een poosje, om adem te scheppen en tevens om eenige minuten het ongestoord genot te smaken der weemoedige blijdschap, die men ondervindt als men een werk volbrengt daar leven of dood van afhangt.

Na verloop van een kwartier streek hij zich met de hand over het bezweete voorhoofd en hervatte vol moed den arbeid, met zijn mes de aarde losstekende, die hij vervolgens met de handen er uithaalde en hetzij op de deken of op zijn bisonsmantel legde.

Dit was inderdaad geene gemakkelijke taak in zulk heet weer, vooral voor iemand die door vermoeienis en ontbering zoo zeer uitgeput was als hij. Meermalen schoten zijne krachten te kort en moest hij ophouden; het werk vorderde slechts langzaam, en bovendien, nog geen enkel spoor van bewijs scheen de hoop van den Squatter te versterken.

Meer dan eens was hij op het punt van zijn vergeefsch onderzoek te staken, maar hier lag voor hem de eenige kans op redding; hier alleen, zoo hij slagen mocht, zou hij de middelen vinden om weder een vrij en wakker woudlooper te worden: hij klampte zich aan deze laatste plank des behouds, die het toeval hem had doen vinden, vast als een drenkeling, met de kracht der wanhoop, eene kracht even sterk als de hefboom van Archimedes die niets onmogelijks kent.

En toch, wat had de ongelukkige reeds lang met zijn mes gegraven ! een diepe kuil gaapte reeds voor hem, maar niets dat hem hoop gaf te zullen slagen; en ondanks de ontembare drift van zijn karakter, gevoelde hij dat moedeloosheid andermaal zijn geest overmeesterde.

Een traan van machtelooze woede zwol in zijne koortsachtig roode oogen, en terwijl hij den blik uitdagend naar den hemel sloeg, wierp hij met een vloek zijn mes in den kuil.

Maar het mes gaf, toen het neêrviel, een metaalachtigen klank en sprong op zich zelve terug. De Squatter nam het met drift op en bekeek het. De punt was er afgebroken!

Schier razend van drift begon hij opnieuw te graven, thans met zijne handen en nagels den grond opkrabbende, als een wild dier, daar hij zich niet langer van zijn mes wilde bedienen.

Sluiten