Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weldra had hij een bisonhuid blootgelegd! In plaats van deze huid onmiddellijk op te heffen, die waarschijnlijk de schatten verborg daar hij zoo reikhalzend naar verlangde, bleef hij er een poos met angstige nieuwsgierigheid op staren.

De Roode-Ceder had zich niet bedrogen! Hij had wel degelijk een cache ontdekt. Zijne veeljarige ervaring had hem niet misleid!

Maar wat was er nu in deze cache?

Misschien had men haar reeds vroeger geopend en was zij ledig?

Toen hij zich bewoog om dienaangaande tot zekerheid te komen, aarzelde hij weder. Hij vreesde!

Sedert twee uren had hij gewerkt om zoover te komen, hij had zich met zoovele droomen gevleid, zich zoovele hersenschimmen voorgespiegeld, dat hij werktuigelijk beducht was, alles op eens in rook te zien verdwijnen en van de hoogte zijner verwachtingen in de verschrikkelijke wezenlijkheid terug te zinken, waaruit hij zich voor een oogenblik gered waande.

Zoo aarzelde hij een geruimen tijd; eindelijk nam hij schielijk zijn besluit, en met bevende hand, kloppend hart en verwilderd oog rukte hij snel de bisonshuid weg!

Zijne oogen schemerden, hij gaf een gil van vreugd, die veeleer naar het brullen van een jaguar geleek.

Hij had de bergplaats gevonden van een jager!

Daar lagen voor zijne oogen ijzeren vallen in soorten, geweren, pistolen met enkelen en dubbelen loop, kruidhoorns, zakken met kogels en vele andere zaken, voor een woudlooper allen evenzeer gewenscht en onontbeerlijk.

De Roode-Ceder voelde zich herleven; eene geheele omkeering had er in hem plaats, hij werd weder dezelfde onverbiddelijke en ontembare man zonder vrees of wroeging, die hij geweest was eer het onheil hem trof daar hij het slachtoffer van werd; hij was weder gereed om te kampen met de gansche natuur en te lachen om de gevaren of hinderlagen die hij op zijn weg zou ontmoeten.

Hij koos het beste geweer uit, twee koppels dubbele pistolen, en een mes met een stevigen steel, breed, recht lemmer en vijftien duim lang. Tevens nam hij het noodige tuig om een paard te zadelen, twee kruidhorens, een zak kogels, en een weitasch van elandsvel, op Indische wijs rijk geborduurd, waarin een vuurslag, tondel, zwam en alle benoodigdheden om een kamp aan te leggen.

Bovendien vond hij tabak en pijpen, die hij zich mede toeeigende. Het was een zijner grootste ontberingen geweest, dat hij in zoolang niet had kunnen rooken!

Na alles te hebben weggenomen wat hij van zijne gading vond, bracht hij het overige in zijn vorigen staat terug, vulde den kuil en deed zorgvuldig het laatste spoor verdwijnen dat aan anderen

Sluiten