Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Indianen kwamen steeds nader, op den hals hunner hijgende paarden gebogen, woest hunne wapens zwaaiende en van tijd tot tijd hun vervaarlijken oorlogskreet uitgalmende; zij reden met duizelingwekkende snelheid, nauwelijks honderd passen achter den ruiter dien zij vervolgden, en dien zij weldra zouden inhalen, daar zijn uitgeput en afgereden paard zwaar ademhaalde en zichtbaar in zijn loop begon te vertragen.

Eindelijk vloog de onbekende bliksemsnel het kreupelbosch voorbij, waar de vijf mannen, zonder gezien of vermoed te worden, verborgen zaten en zich gereed hielden om met eigen lijfsgevaar ten zijnen gunste eene afleiding te wagen.

„Geeft acht," kommandeerde Valentin met eene gedempte stem.

De geweren daalden en werden op de Apachen aangelegd.

,,Juist mikken!" hervatte Valentin, „ieder schot moet zijn man treffen."

Er verliep eene minuut, eene minuut die eene eeuw scheen te duren.

„Vuur!" riep de jager op eens.

Vijf geweren brandden los met een vreeselijken knal.

Vijf Apachen tuimelden uit den zadel.

III.

EEN OUDE KENNIS VAN DEN LEZER.

Bij dezen onverwachten aanval hieven de Apachen een vreeselijk gehuil aan. Maar eer zij nog in staat waren hunne paarden in te houden, volgde er een tweede losbranding, die vijf nieuwe slachtoffers in hunne gelederen deed vallen.

Thans werden de Indianen door een razenden schrik bevangen, zij wendden onmiddellijk den teugel en namen in alle richtingen de vlucht.

Tien minuten later waren zij allen verdwenen.

De jagers dachten er geen oogenblik aan zich te vertoonen of hen te vervolgen.

Curumilla alleen was afgestegen en uit het kreupelbosch gekropen, om zich naar het slagveld te begeven, waar hij de gesneuvelde Apachen reeds met barbaarsche zorgvuldigheid had gescalpeerd.

Tegelijkertijd had hij een paard opgevangen dat, van zijn ruiter beroofd, op eenigen afstand liep te drentelen; daarop keerde hij naar zijne vrienden terug.

„Tet welken stam behooren die rekels?" vroeg Valentin.

„Tot de Bisons-Apachen," antwoordde Curumilla.

„O, ho!" riep de jager, „dan hebben wij een gelukkigen slag

Sluiten