Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen zetten de jagers hun onderzoek voort. Valentin en Lurumula waren afgestegen, en stapten langzaam verder, al bukkende en met de oogen onafgewend op het zandige pad en de lagere struiken gericht.

„Pas op!" zei Valentin tegen zijne kameraden die hem dicht op de hielen volgden, „loopt zoo hard niet; als men een spoor volgt moet men wel opletten waar men de voeten zet en niet zoo links en rechts uitkijken. Wacht even!" riep hij, terstond bukkende en don Pablo tegenhoudende, „hier zijn weder afdruksels, diegij bijna hadt uitgetrapt. Laat eens zien," vervolgde hij, nauwkeuriger toeziende, „hier staan weder hoefijzers, die hadden wij sedert eenigen tijd uit het oog verloren; het paard van den Squatter neeit een bijzonderen gang, dien ik zeker ben op het eerste gezicht te herkennen. — Wacht, wacht!" vervolgde hij opnieuw, „nu zal ik hem wel vinden."

„Zijt gij er zeker van ?" vroeg don Miguel met drift. „O! zonder de minste moeite, zoo als gij zien zult."

„Vooruit! vooruit!" riepen don Pablo en de generaal.

„Hoor eens, caballero's," pruttelde de jager; „in de prairie, gij weten, mag men nooit hard spreken. In de wildernis nebben al de takken oogen en al de bladeren ooren. Maar stijgen wij thans weder te paard, wij moeten de rivier over."

In een dicht gesloten troepje, om aan den stroom die op dit punt zeer sterk was des te beter weerstand te bieden, dreven de zes ruiters hunne paarden in de rivier en zwommen over de Rio-Gila.

De overtocht werd zonder tegenspoed volbracht en weldra stapten de paarden op den anderen oever.

„Thans oogen en ooren open," riep Valentin, „hier begint de eigenlijke jacht." 6

Don Pablo en de generaal bleven aan den oever der rivier achter, om op de paarden te passen, terwijl de anderen vier zich in beweging stelden en een linie van tirailleurs formeerden van omtrent zestig ellen uitgestrektheid.

Valentin had hun aanbevolen om hun onderzoek binnen een halven kring van niet meer dan honderd vijftig ellen in den omtrek te bepalen, en zoodoende een bijna ondoordringbaar kreupelbosch te benaderen, aan den voet van een kleinen berg die de rivier aan deze zijde bestreek.

Man voor man trokken zij behoedzaam vooruit met geveld geweer, naar alle zijden rondkijkende en geen steenblok of struik voorbijgaande zonder die eerst nauwkeurig te hebben onderzocht.

Op eens gaf Curumilla een doordringenden schreeuw, die volmaakt naar het gesnater van een ekster geleek, het afgesproken verzamelingssein bij eene belangrijke ontdekking.

Allen jiepen naar de plaats vanwaar het signaal was opgegaan, ie midden van het hooge gras was de grond aanmerkelük platgetrapt en waren de laagste takken der struiken gebroken.

Sluiten