Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schuilhoeken der prairie de reiziger bezitten mag. wanneer hij alleen is, wordt het bijna onmogelijk, dat hij, ondanks al zijn moed en behendigheid, langen tijd verborgen blijft voor de nasporingen van hen die er op uit zijn om hem te zoeken.

Dit had de Roode-Ceder maar al te nadrukkelijk endervonden; hij ontveinsde zich dus geenszins de tallooze gevaren die hem omringden, en aan terugkeer naar zijn kamp viel vooreerst niet te denken. De vijanden die op zijn spoor loerden zouden hem spoedig achterhaald hebben, en voor ditmaal zou hij er niet zoo gemakkelijk zijn afgekomen.

Deze toestand was hem ondragelijk, hij moest er het kostte wat het wilde een einde aan maken.

Maar de Roode-Ceder was de man niet om lang werkeloos te blijven onder den slag die hem getroffen had; hij stond op om zich rechtstreeks op wraak toe te leggen. Als alle boosaardige karakters, beschouwde hij iedere poging om hem in zijne trouwelooze handelingen te stuiten als eene doodschuldige beleediging. Op dit oogenblik had hij derhalve een zware rekening zoowel met de blanken als met de Roodhuiden te vereffenen.

Daar hij alleen was, viel er voor hem niet aan te denken om zich weder bij zijne kameraden te voegen, en om zijne vijanden, die hem als een vergiftige adder onder hunne voeten zouden hebben verpletterd, aan te tasten, had hij bondgenooten noodig. Zijne aarzeling duurde dus niet lang, en zijn plan was in weinige minuten tot rijpheid gebracht. Hij besloot het doel te vervolgen dat hem zijn kamp had doen verlaten, en hervatte zijn tocht naar een dorp der Apache-Indianen, dat op korten afstand gelegen was.

Voor het oogenblik echter scheen hij nog niet gezind om er regelrecht heen te gaan, want na een snellen marsch van bijna drie uren te hebben gemaakt, sloeg hij op eens rechts af, en de oevers der Rio-Gila verlatende, die hij tot hiertoe gevolgd was. ging hij niet verder naar het dorp, maar langs een zijpad het land in, naar een bergachtige streek der prairie, die wat de gesteldheid van het verbrokkeld en woest terrein betrof, merkelijk verschilde van de vlakke velden die hij tot dusver was doorgetrokken.

De grond werd langzamerhand hooger, en was door een aantal beken of kleine rivieren doorsneden, die snel van de hoogten afdaalden om zich in de Gila uit te storten.

Dichte groepen van hoog geboomte werden steeds veelvuldiger en dienden als 't ware tot voorposten van een somber woud, dat reeds in de verte den horizont verduisterde. Het landschap bekwam meer en meer een woest en onherbergzaam aanzien, terwijl de heuvels, die van tijd tot tijd hooger werden en hier en daar hunne naakte klippen opstaken, het naderen verkondigden der ontzagwekkende Siërra Madre.

De Roode-Ceder stapte steeds voort met dien lichten veerkrachtigen tred, die menschen aan het maken van verre afstanden

Sluiten