Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is het ook werkelijk," antwoordde de Zoon des Bloeds op zekeren toon van spijt, dien hij vergeefs poogde te onderdrukken, „ik heb mijn verblijf in het nest van een oude téocali gevestigd."

„Zoo zijn er meer, hier en elders," vervolgde Valentin. De geschiedenis zegt dat de Azteken in deze streek gewoond hebben eer zij zich voor goed in het hoogland van Anahuac vestigden."

„Als vreemdeling, don Valentin," merkte de Zoon des Bloeds aan, „zijt gij al zeer goed met de geschiedenis van dit land bekend."

„En met de inwoners niet minder, senor caballero," antwoordde de jager.

Zij traden binnen, en bevonden zich weldra in eene ruime zaal met witte muren, vol beeldwerk, dat, zooals Valentin gezegd had, blijkbaar uit het tijdvak der Azteken dagteekende.

Een groot aantal fakkels, met ijzeren krammen aan den muur bevestigd, verspreidden in deze zaal een betooverend licht.

De Zoon des Bloeds scheen met de gebruiken der beschaafde wereld volkomen bekend, en bewees zijnen nieuwen vrienden in dit wonderbare huis de noodige eer.

Eenige minuten na hunne komst namen de jagers deel aan een schitterenden maaltijd, die ofschoon in het hart der woestijn aangelegd, niets te wenschen overliet wat de keur der spijzen betrof, en de goede orde waarmede zij werden opgedischt.

Het aanwezen van Shaw had aan Valentin, tegen wil en dank, een heimelijk wantrouwen tegen zijn gastheer ingeboezemd, dat deze met zijn doordringenden blik en geoefende menschenkennis terstond opmerkte, en waaraan hij besloot door eene ronde verklaring tusschen hem en den jager spoedig een einde te maken.

Wat Curumilla betreft, volgens zijne bekende gewoonte, at de deftige Indiaan blijkbaar met goeden eetlust, en zonder een woord te zeggen, ofschoon hij nauwkeurig acht gaf op alles wat er rondom hem gesproken werd en zijn scherpe blik de plaats waar hij zich bevond reeds tot in de verborgenste hoeken had opgenomen.

Toen de maaltijd geëindigd was, wenkte de onbekende even met de hand, en zijne medgezellen verdwenen allen in het achterste gedeelte der zaal, waar zij zich op eenige hoopen dorre bladeren uitstrekten, die hun tot bedden dienden.

De jagers bleven met hun gastheer alleen aan tafel.

Op een wenk van laatstgenoemde, kwam Shaw bij hen zitten.

Gedurende eenigen tijd werd er in stilte gerookt; maar eindelijk wierp de Zoon des Bloeds zijn sigaar weg en vatte hij het woord op.

„Senores caballeros," begon hij op een toon van vrijmoedig vertrouwen, die zijne toehoorders dadelijk voor hem innam, „alles wat gij hier ziet moet u zeer verwonderen, dat wil ik niet ontkennen; en toch is dit alles zeer eenvoudig: de mannen die gij gezien hebt behooren tot verschillende Indiaansche stammen in de wildernis, slechts een van hen behoort tot het ras der blanken, namelijk Shaw. Zoo don Pablo zijn geheugen wil te hulp roepen,

Sluiten