Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het zij dan zoo," antwoordde de generaal, „in eene zoo ernstige partij als wij thans spelen, met zulke ernstige en doortrapte menschen als wij te bestrijden hebben, mogen wij niets aan het toeval overlaten. Ik onderwerp mij dus om werkeloos te blijven manoeuvreer naar uw eigen goeddunken, don Valentin."

„Met uw verlof, generaal," riep don Pablo op eens. „Dat mijn vader en gij, generaal, er niets tegen hebt om hier te blijven kan ik, strikt genomen, nog toegeven; uw leeftijd, uwe gewoonten! kortom, alles maakt u weinig geschikt voor het leven dat gij zoudt moeten leiden; maar ik ben nog jong, ik ben sterk, ik ben gehard tegen vermoeienis en, onder de leiding van Valentin zelf sedert lang met de gevaren en ontberingen der woestijn bekend,' daar gij niets van weet; bovendien, het is om het behoud mijner zuster te doen, zij is het die wij aan de roovers moeten ontweldigen, ik verlang dus ten sterkste om mede te gaan en aan de vervolging deel te nemen.

Valentin wierp hem een meewarigen blik toe.

„Goed, zeide hij, „ga dan met ons en ik zal u de laatste les geven in het leven der wildernis."

„Dank, vriend, duizendmaal dank," riep de jongman verheugd ,,gij wentelt mij een zwaren steen van het hart. Arme zuster! dierbare Clara, ik zal dus medewerken aan uwe bevrijding!"

„Er is nog iemand dien gij moet medenemen, don Valentin " zei thans de Zoon des Bloeds.

„Waarom?" antwoordde Valentin.

„Omdat," hervatte de andere; „zoodra gij vertrokken zijt, ik ook vertrekken zal; ik moet de Indiaansche dorpen afloopen om bondgenooten te verzamelen, en tevens zorgen dat wij op het gegeven oogenblik ons vereenigen kunnen."

„Ja, maar hoe maken wij dat?"

„Shaw zal met u medegaan."

Een straal van geluk blonk in het bruine oog van den jongen Squatter, wiens gelaat overigens niet merkbaar veranderde.

„Zoodra gij het spoor gevonden hebt, moet Shaw, die met al mijne schuilhoeken bekend is, mij komen waarschuwen; gij kunt er zeker van zijn, waar ik ook wezen mag, dat hij mij zal weten te vinden."

„Ja!" riep Shaw lakoniek.

Valentin bekeek hem een poos met aandacht en wendde zich tot den Zoon des Bloeds.

„t Is goed," zeide hij, „hij kan medegaan; als ik mij niet bedrieg, stelt deze jongman meer belang in het welslagen onzer onderneming dan wij denken, en kunnen wij volkomen op hem vertrouwen."

Shaw sloeg de oogen neer en kreeg een blos.

„Intusschen is het laat geworden," zeide de onbekende, , er zijn nauwelijks vier uren van den nacht overig; ik geloof dat wij

Sluiten