Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekte zich op alle manieren en stond op van het harde bed daar hij op gelegen had, om een weinig op en neder te stappen en den omloop van zijn bloed te herstellen.

„Reeds op!" riep Sandoval, met een sigaar in den mond uit een der cellen komende, die tot slaapplaats dienden.

.,Por Dios.' mijn bed was niet aantrekkelijk genoeg om mij langer te houden dan noodig is," antwoordde de Roode-Ceder half lachend.

„Bah!" hervatte de andere, „in den oorlog moet men zoo nauw niet zien."

„O! ik beklaag er mij niet over," vervolgde de Squatter, zijn zegsman naar den uitgang der grot lokkende. „Maar zeg mij nu eens, compadre, hoe denkt gij over mijn voorstel? mij dunkt gij hebt thans tijd genoeg gehad om u te beraden."

„Cascaras! daar heb ik zoo lang niet over behoeven te denken, ik heb reeds dadelijk gezien dat het goed was."

„Gij neemt het dus aan!" zei de Roode-Ceder met een vergenoegd gezicht.

„Als ik meester was, zou ik er geen het minste bezwaar in vinden; maar...

,.Mijn hemel! is er een maar bij! "

„Die is overal bij, dat weet gij."

„Dat is waar. En wat voor een maar is dat?"

„O! mijn hemel! zoo veel als niets, het is alleen dat er de nïna eerst over gehoord moet worden."

,,'t Is waar, daar dacht ik niet aan."

„Ziet gij."

„Carai! Nu, maar die neemt het aan."

„Daar ben ik zoo goed van overtuigd als gij, maar toch, zij moet het eerst weten."

„Goed. Maar brave kameraad, dan moest gij u liefst belasten met het haar te zeggen; in dien tusschentijd ga ik naar buiten om een paar schoten te doen voor ons ontbijt. Bevalt u dit?"

„Opperbest."

„Ik kan dus op u rekenen?"

„Ja."

,.Tot straks dan."

De Roode-Ceder wierp zijn geweer over den schouder, floot zijn hond en stapte de grot uit.

Sandoval, die alleen bleef, maakte zich intusschen gereed om den last te volbrengen dien hij op zich had genomen, en mompelde in zich zeiven:

„Die verduivelde Roode-Ceder is altijd nog dezelfde, altijd even bedeesd als voorheen; maar zoo gaat het als men niet genoeg in zekere wereld komt, dan durft men geen vrouw toespreken."

„Bonjour, Sandoval," riep eene zachte, welluidende stem, zoo zuiver en schel als die van een leeuwerik.

Sluiten