Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik vind het idee uitmuntend, en hoe eer wij het uitvoeren hoe liever het mij zijn zal."

„Met alle genoegen 1" riep de Roode-Ceder, „ja, ik wist wel dat de nina mij zou bijvallen."

De Gazelle lachte hem toe.

„Wie is ooit in staat om de vrouwen te doorgronden?" prevelde Sandoval, op zijn knevel bijtende.

„Nu met allen spoed het noodige gereed gemaakt om te vertrekken !" vervolgde de Gazelle bijzonder opgewonden, „wij hebben geen oogenblik te verliezen."

„Caspitaf ik ben blijde dat wij eindelijk wat te doen krijgen," riep Ourson, terwijl hij reeds bezig was met den eland, dien de Roode-Ceder had aangebracht, de huid af te stroopen; „wij begonnen al aardig te beschimmelen in dit vochtige hol."

„Leonard," sprak Sandoval, „maak gij intusschen de paarden klaar, en breng ze uit de corral naar de vallei achter de onderaardsche gang."

„Te duivel!" riep de Roode-Ceder, „nu gij van de paarden spreekt ik heb er geen."

„Dat is waar," antwoordde Sandoval, „gij zijt te voet hier gekomen, maar ik dacht dat gij uw paard ergens in een boschje gelaten hadt."

„Mijn hemel! mijn paard is in een hinderlaag gedood, daar ik zelf bijna mijn huid gelaten had; maar mijn hond heeft intusschen het zadel gedragen."

„Wij hebben hier meer paarden dan ons noodig zijn. Leonard zal er voor u wel een medebrengen."

„Ik zeg u dank, tot wederdienst bereid."

Leonard en nog een bandiet namen de zadels op en verwijderden zich.

Toen de maaltijd was afgeloopen, die slechts kort dunrde, daar de vrijbuiters te veel haast maakten om te vertrekken, werden de matten die de cellen van elkander afzonderden weggenomen, en kantelden twee of drie sterke bandieten met koevoeten gewapend, een groot rotsblok weg, waar achter een diepe kelder was, die de troep als cache gebruikte om hun goed in te verbergen, wanneer zij verplicht waren zich een poos uit hun roofnest te verwijderen.

In dezen kelder stapelden zij al wat van eenige waarde in de grot voorhanden was; vervolgens werd het rotsblok weder op zijne vorige plaats gebracht.

„Kom! nu mij een handje geholpen!" riep Sandoval, toen dit werk was afgeloopen, terwijl hij naar den uitgang der grot stapte.

Eenige bandieten volgden hem.

Op een wenk van Sandoval, grepen zij gezamenlijk het uiteinde van den boomstam die tot brug diende, tilden hem van zijn steunpunt, lieten hem een oogenblik in de lucht zweven, en

Sluiten