Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Witte-Gazelle, werd de rit spoedig en bijna even snel als te voren hervat.

Na eerst van een vrij hoogen heuvel afgereden en toen eenigen tijd door eene diepe vallei te zijn voortgetrokken, die een soort van canon of droog stroombed vormde, kwam de troep eindelijk aan de boorden der Rio-Gila.

Hier was het schouwspel dat zij te zien kregen allervreemdst. — Aan beide oevers der rivier vertoonden zich eene menigte Indianen, die er gekampeerd schenen, ofschoon hun dorp niet ver van daar, op den top van een kleinen berg gelegen was, naar de wijze der pueblos of dorp-Indianen, die hunne woonplaatsen tot een soort van vesting inrichten.

De bonte schaar liep in 't eerst wild door elkander, onder vreeselijk geschreeuw en misbaar, kortom, een concert van alle duivels.

Nauwelijks kregen zij de vreemdelingen in het oog, die zonder zich te willen verbergen, integendeel op een matigen draf, in gesloten kolonne en in de volmaaktste orde recht op hen afkwamen, of zij hieven een vervaarlijk gehuil aan en stormden, woest hunne wapens zwaaiende en onder het maken van allerlei vreemde sprongen en wendingen, hun te gemoet.

„Wel duivels!" riep Sandoval, ,,de Indianen schijnen niet in de beste luim. Misschien hadden wij wijzer gedaan met hen op dit oogenblik niet zoo stout te naderen; in hunne tegenwoordige stemming zouden zij ons een leelijken trek kunnen spelen; laten wij op onze hoede zijn."

„Bah! laat mij begaan, ik neem alles voor mijne rekening," antwoordde de Roode-Ceder geruststellend.

„Met alle pleizier, ik verlang niets beters, kameraad," riep Sandoval, „ga uw gang, en doe wat u goeddunkt; ik wil mij volstrekt niet op den voorgrond stellen, Carai! ik ken die duivelskinderen te goed om mij onbesuisd in hunne zaken te mengen."

„Zeer goed! dat is tusschen ons afgesproken, maak u voor het overige maar niet ongerust."

Op een wenk van den Roode-Ceder bleven de vrijbuiters staan, nieuwsgierig den verderen loop der zaak afwachtende, en in ieder geval, met de gewone zelfzucht van schurken, zich voorbehoudende om onverschillige toeschouwers te blijven.

Zonder zich een oogenblik te bedenken, wierp de Squatter zijn geweer achterwaarts, deed zijn bisonsmantel af, dien hij ten teeken van vrede voor zich uit liet zwaaien, en reed in vollen galop de Apachen te gemoet.

Deze, toen zij de vreemdelingen met de wapens in de hand hadden zien stilstaan, terwijl slechts een van hen als ambassadeur vooruit kwam, aarzelden een oogenblik. Zij formeerden een dichte groep en begonnen samen te raadplegen. Na eene korte overweging, wonderden zich twee mannen af en traden, insgelijks hunne

Sluiten