Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, een lederzak vol vuurwater, drie rollen tabak en twee huiden van de witte bisonskóe, zoo wit als de sneeuw op den berg Beren-Hand. Mijn broeder beslisse, ik wacht zijn antwoord."

De Indianen, die zelf zoo gaarne met hunne vermetelheid pronken, zijn geen slechte beoordeelaars in zaken van moed. Eene stoutmoedige daad behaagt hun, zelfs in een vijand; overigens, is een geschenk van zoogenaamd vuurwater voor hen voldoende om de grootste beleedigingen te vergeten.

Intusschen raadpleegde de Zwarte-Kat eenige minuten met het opperhoofd dat hem vergezelde.

Na een vrij levendige woordenwisseling, behield de begeerlijkheid in de ziel van den Apache blijkbaar de overhand op de wraakzucht, want zijn gelaat helderde op, en den Squatter vriendschappelijk de hand toereikende, zeide hij:

„De opperhoofden van mijn stam zullen met mijn broeder en zijne metgezellen de vredespijp rooken."

Daarop zijne muts van antilopen-bont en met veeren versierd afnemende, zette hij die den Roode-Ceder op het hoofd, er bijvoegende:

„Mijn broeder is thans gewijd; dat hij en zijne vrienden mij zonder vrees volgen, hun zal geen het minste leed wedervaren."

De vrijbuiters hadden met bezorgdheid den loop van dit mondgesprek gadegeslagen, en ofschoon te veraf om er een woord van te verstaan, waren toch de bewegingen en gebaren der sprekers hunne aandacht niet ontsnapt. Toen dus de Zwarte-Kat zijne muts op het hoofd van den Squatter geplaatst had, rukten zij onmiddellijk vooruit, zonder zelfs het sein van laatstgenoemde af te wachten om te naderen. Zij wisten dat zij van dien oogenblik af niets te vreezen hadden, maar integendeel, dat zij door al de leden van den stam met den meesten eerbied en onderscheiding zouden behandeld worden.

De wijze waarop de Indianen in Noord-Amerika de gastvrijheid verstaan en in beoefening brengen, is inderdaad zonderling en alleszins merkwaardig. Juist de wildste en meest aan roofzucht verslaafde stammen, zullen den vreemdeling, die zich aan hunnen haard komt nederzetten, vaak het meest eerbiedigen.

Al had zulk een man een van de leden der familie gedood, daar hij zijn intrek neemt, of al had hij de kostbaarste zaken bij zich en al ware hij gansch alleen, zal niemand hem een haar krenken: ieder zal zich beijveren om hem dienst te bewijzen, hem te voorzien van al wat hij noodig heeft of hem aangenaam is, ongerekend dat men hem zonder genade om hals brengt, als men hem eenige dagen later in de prairie mocht ontmoeten.

De vrijbuiters werden dus door de Apachen met open armen ontvangen. Men richtte eene afzonderlijke tent voor hen in en men voorzag hen van al wat zij noodig hadden.

Het eerste waar de Roode-Ceder voor zorgde was, zijne schuld

Sluiten