Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Zwarte-Kat af te doen en hem alles ter hand te stellen wat hij hem beloofd had.

Het opperhoofd was er van opgetogen; zijne kleine, zwarte oogen glinsterden als karbonkels; hij danste en juichte en was uitgelaten van vreugde. De Squatter had hem inderdaad een vorstelijk geschenk gebracht, zooals hij nooit gedacht had er een te zullen ontvangen. Ook verliet hij zijn nieuwen vriend geen oogenblik, maar overlaadde hem met allerlei beleefdheden.

Toen de vrijbuiters uitgerust en hun maal gedaan hadden, wendde de Roode-Ceder zich tot de Zwarte-Kat.

„Wanneer denkt de raad bijeen te komen?" vroeg hij; „ik zal aan de opperhoofden de plaats aanwijzen waar de Zoon des Bloeds zich op dit oogenblik bevindt."

„Weet mijn broeder dat?"

„Zonder twijfel."

„Dan zal ik terstond den hachesto (heraut) waarschuwen, dat hij de hoofden in de raadshut samenroept."

„Waarom laat gij het vuur niet liever hier ontsteken in plaats van naar het dorp te gaan, dat zal ons veel tijd doen verliezen?"

„Mijn broeder heeft gelijk," hernam het opperhoofd.

Hij stond op en ging onmiddellijk de tent uit.

Eenige minuten later beklom de hachesto van den stam een kleinen heuvel en begon uit al zijn macht met de chichikoué te ratelen, en de hoofden voor den raad bijeen te roepen. In het andere kamp aan de overzijde der Gila, werd dezelfde oproeping gedaan.

Een uurtje later zaten al de opperhoofden der Apachen op de hurken rondom het raad vuur, dat dicht bij de tent der blanken in de prairie ontstoken was.

Op het oogenblik toen de Zwarte-Kat opstond om eenige woorden tot de aanwezigen te richten, waarschijnlijk met het oogmerk om hun het doel der bijeenkomst bloot te leggen, hoorde men op eens een groot rumoer, en kwam er een Indiaaan te paard aanrennen, uit al zijn macht schreeuwend:

„De Bisons! Stanapat! Stanapat!"

Op hetzelfde oogenblik kwam er van den anderen kant, een tweede Indiaan, met gelijke snelheid en luid schreeuwende:

„De Siksekaï! de Siksekaï!"

„Ziedaar onze bondgenooten!" riep de Zwarte-Kat, „dat mijne zonen zich gereed maken om hen te ontvangen."

De raad werd dadelijk opgebroken.

De krijgslieden verzamelden zich met allen spoed in twee talrijke troepen, en schaarden zich met de ruiterij aan de beide vleugelsin slagorde, op twee verschillende punten, hun door degidsen aangewezen.

Het heirleger der Bisons verscheen het eerst en daalde in goede orde de heuvels af; het bestond uit ongeveer vijfhonderd krijgslieden, allen volkomen gewapend, met de oorlogskleuren beschilderd en in de heldhaftigste houding.

Sluiten