Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een detachement Siksekaï, omtrent van gelijke sterkte, kwam eenige oogenblikken later van de andere zijde te voorschijn, en trok in de schoonste orde het kamp binnen.

Zoodra de vier troepen elkander in het oog kregen, hieven zij hun oorlogskreet aan, schoten hunne geweren af en drilden hunne lansen, terwijl de ruiters zich op eens in beweging stelden, en in vollen ren op elkander instormden, alsof zij elkander in ernst wilden aanvallen; daarop begonnen zij de schitterendste manége-toeren te maken, springend en zwenkend caracoleerend, en zoo voltigeerden zij rondom de detachementen voetvolk, die altijd in den looppas voortmarcheerden, onder luidruchtig geschreeuw en gezang, het afschieten van geweren, het klateren der chichikoué's, het toeten der kinkhorens en het snerpend geblaas hunner gillende oorlogsfluiten.

Het was inderdaad een wonderbaar treffend schouwspel, deze wilde krijgslieden te zien, met hunne woeste gelaatstrekken en in hunne fantastische kostumen, bedekt met pluimen en haarbossen, die de wind in alle richtingen deed wapperen en golven.

Zoodra de vier troepen elkander tot op korten afstand genaderd waren, bleven zij staan en nu hield het rumoer op.

Toen traden de voornaamste opperhoofden met de totems of kukeviums (de zinnebeelden en veldteekens van ieders stam) uit de gelederen, gevolgd door de pij pdragers, die hun de gewijde calumet nadroegen; zij naderden elkander tot op weinige passenen bleven toen staan, terwijl zij detotems aan hunne rechterzijde in den grond plantten.

De pij pdragers stopten de calumets, staken ze aan, bogen zich naar de vier streken van het kompas, en boden achtereenvolgens aan de vier opperhoofden de pijp aan, daarbij den kop in de hand houdende en wel zorg dragende, dat ieder opperhoofd op zijne beurt uit alle vier de calumets eenige trekken deed.

Na deze voorafgaande plechtigheid, plaatste de oppertoovenaar der Bisons zich tusschen de totems en wendde zich tot de Zon:

„Bron des lichts," begon hij, „gij die alles in de natuur het leven geeft, zichtbare dienaar en vertegenwoordiger van den grooten onzichtbaren Geest, die de wereld door hem geschapen, regeert! uwe kinderen, zoo lang gescheiden, vereenigen zich heden ter verdediging van hunne dorpen en jachtgronden, die zoo onophoudelijk en wederrechtelijk worden aangevallen door menschen zonder geloof en zonder vaderland, welke Niang, de geest des kwaads, tegen hen heeft losgelaten. Lach hunne pogingen vriendelijk toe, o Zon, sta hun de haarschedels hunner vijanden af! Maak hen tot overwinnaars, en neem dit offer aan dat uw ij verigste aanbidder u biedt, opdat gij uwe zonen zoudt begunstigen en uwe kinderen de Apachen onverwinnelijk maken!"

Bij het uitspreken dezer aanroeping nam hij een kleine steenen bijl, die in zijn gordel hing, legde zijn linker arm op een rotsblok, en hieuw zich in een slag de hand af.

Het bloed sprong overvloedig uit deze gruwzame wond, maar de wichelaar, altoos kalm en naar het scheen ongevoelig voor de

Sluiten