Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pijn, sloeg de oogen fonkelend van geestdrift en dweepzucht op, en besproeide met de bloedende stomp de vier opperhoofden, terwijl hij met een bevende stem uitriep:

,,0, Zon! o Zon! lever ons onze vijanden over, gelijk ik u mijne hand heb overgeleverd."

Al de Indianen herhaalden hetzelfde gebed.

Het geschreeuw begon opnieuw, en het volgende oogenblik zag men de Roodhuiden, als waren zij op eens razend geworden, op elkander instormen, en hunne wapens zwaaien, onder het gedruisch der trommen en oorlogsfluiten, al de manoeuvres nabootsende van een wezenlijken veldslag.

De duivelbanner, die zijne kalmte geen oogenblik verloor, omwikkelde zijn verminkten arm met zekere kruiden, en verwijderde zich met langzamen en afgemeten tred, eerbiedig begroet door de Indianen, die zijne daad als geëlectriseerd had.

Toen het rumoer een weinig bedaard was, verzamelden de opperhoofden zich andermaal rondom het raadvuur, terwijl de kring thans aanmerkelijk werd uitgebreid om aan de bondgenooten de noodige plaatsruimte te geven.

De nieuw aangekomen krijgslieden hadden zich terstond onder die van de Zwarte-Kat vermengd, en tusschen deze woeste menschen, wier aantal op dit oogenblik bijna twee duizend bedroeg en die van niets anders dan bloed, moord en plundering droomden, heerschte de meeste hartelijkheid.

Stanapat, de Sachem der Bisons, was thans de eerste die het woord opnam.

„Sachems en opperhoofden," zeide hij, „saamverbondenen van de machtige natie der Apachen, gij weet welke oorzaak ons opnieuw met de wapens in de hand tegen de trouwlooze blanken vereenigt. Het is dus overbodig de bijzonderheden te herhalen die u bekend zijn; alleen dit wil ik zeggen, dat de oorlogsbijl die thans is opgegraven, ons dienen moet tot zij geheel verstompt is. Met eiken dag maken de Bleekgezichten zich meer en meer meester van ons land, zij ontzien geen onzer wetten, en dooden ons zonder aanleiding, als waren wij verscheurende dieren. Vergeten wij voor een tijd onzen onderiingen haat en verdeeldheid, om ons te vereenigen tegen den gemeenschappelijken vijand den Zoon des Bloeds, dien de geest des kwaads heeft aangepord om ons te verdelgen! Als wij eensgezind weten te blijven, zullen wij hem vernietigen, want wij zijn de sterksten! Als wij overwinnaars zijn zullen wij onderling den buit onzer vijanden verdeelen. Ik heb gezegd."

Stanapat ging weder zitten, en de Zwarte-Kat stond op.

„Wij zijn talrijk genoeg om den oorlog met voordeel te beginnen," zeide hij : „eer wij eenige dagen verder zijn, zullen zich nieuwe bondgenooten bij ons voegen. Waarom zouden wij langer wachten ? Tien blanke jagers der prairiën hebben zicb met ons verbonden en bieden zich aan om ons naar het verblijf van den Zoon des Bloeds te

Sluiten