Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of op zijn hoofd. Onder zijn volk genoot hij de algemeene achting wegens zijn moed en wijsheid, die hij in hooge mate bezat.

Eene wolk van droefheid beschaduwde zijne van nature zachte en vreedzame trekken.

Hij naderde met langzame schreden en kwam naast dona Clara zitten, die hij eenige oogenblikken met belangstelling beschouwde.

„Mijne dochter is treurig," zeide hij; „zij denkt aan haar vader, haar hart is bij hare familie, maar laat mijne dochter moed scheppen; waarom zou zij nog langer neerslachtig zijn? Natohs (God) zal haar helpen en hare tranen drogen."

De jonge Mexicaansche schudde moedeloos het hoofd en antwoordde niet.

Het opperhoofd vervolgde:

„Ook ik lijd, een treurige wolk bezwaart mijn geest. De bleeke krijgslieden van uw volk voeren een hardnekkigen oorlog tegen ons, maar ik weet een middel dat hen zal noodzaken om voor ons het pad der antilopen te kiezen en onze jachtgronden verre te ontvluchten. Morgen, als ik in het dorp van mijn stam terugkom, zal ik een groot toovermiddel te baat nemen. Laat mijne dochter zich troosten, onder ons zal haar geen leed geschieden, ik zal haar vader zijn."

„Hoofdman," antwoordde dona Clara, „breng mij weder naar Santa-Fé; en ik beloof u dat mijn vader u zoo veel geweren, kruit en kogels en spiegels zal geven als gij van hem verlangt."

„Dat kan niet zijn; mijne dochter is eene te kostbare gijzelaarster dan dat ik haar ooit vrijwillig zou afstaan. Laat mijne dochter de blanken vergeten, die zij toch nimmer weder zal zien; zij moet zich bereiden de vrouw van een opperhoofd te worden."

„Ik!" riep het meisje verschrikt, „ik de vrouw worden van een Indiaan! Nooit! Doe mij liever al de martelingen aan die gij bedenken kunt, dan dat gij mij tot zulk een straf zoudt veroordeelen."

„Mijne dochter kan er nog over nadenken," antwoordde de Zwarte-Kat. „Waar over zou de Witte Lelie der dalen zich beklagen? Wij doen met haar niets anders dan hetgeen men zoo vaak met de onzen gedaan heeft, dat is zoo de wet der prairiën."

De Zwarte-Kat stond op, en het meisje verzonk in diepe neerslachtigheid. Al het verschrikkelijke van haar toestand was haar openbaar geworden.

Zoo ging de nacht voor haar voorbij, eenzaam en onder tranen en snikken, tegenover het gelach en gezang der Apachen, die zich vroolijk maakten bij de aankomst der overige krijgslieden van hunne afdeeling.

Des anderen daags met het opgaan der zon trok de troep weder op marsch.

Enkele krijgslieden hielden de gevangene in 't oog en bespiedden al hare bewegingen; de Zwarte-Kat ontweek echter haar blik en bleef achteraf.

Sluiten