Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Indianen reden langs de Rio-Gila over eene geelachtige vlakte. Donkere partijen van laag hout, hier en daar door hoog geboomte afgewisseld, wier rood gekleurd of grijsbruine blad sterk afstak bij

het gele loof der populieren, omzoomden den weg; aan den gezichteinder vertoonden zich heuvels van lichtgrijze zandsteen, met verdorde struiken of donkere ceders bekroond, waartusschen helder lichtgroene strooken van fijn en welig gras, en enkele zilverabeelen.

De karavaan slingerde zich als eene onmetelijke slang door deze grootsche wildernis, in de richting van het dorp, welks nadering zich te kennen gaf door den mephitischen stank dien de stellages uitwasemden en die zich reeds op verren afstand deed bespeuren, — stellages waarop de Indianen hunne dooden bewaren en in de lucht en de zon laten verrotten of verdrogen, in plaats van ze te begraven.

Omstreeks twee uren na den middag trokken de krijgslieden het dorp binnen, onder het vreugdegejuich der bevolking, het geratel der chichikoué's en het woedend blaffen der honden.

Het dorp, op de kruin van een heuvel gelegen, formeerde een zeer grooten kring.

Het was echter niets meer dan een talrijke verzameling van leemen hutten, zonder orde of regelmaat gebouwd. Een dubbele rij staketsels van twaalf voeten hoog dienden tot bolwerk, en op gelijkmatige afstanden waren vier aarden bastions aangelegd, van schietgaten voorzien en van binnen en buiten met saamgevlochten wilgetakken bekleed, om de vestingwerken te voltooien.

In het midden van het dorp was een ledige ruimte van ongeveer vijftig voeten middellijn, en in het centrum daarvan stond de ark van den eersten mensch in den vorm van een cylinder, uit breede planken samengesteld en omtrent vier of vijf voeten hoog, rondom welke zich klimplanten slingerden.

Ten westen van het bovengenoemde plein was de medicijnhut oi toovertempel, waar de feesten en de ceremoniedienst der Apachen gevierd worden.

Op een langen staak stond een pop van dierenhuiden gemaakt met een houten hoofd, dat zwart geverfd was en een bonten met veeren versierde muts ophad; dit beeld moest den geest des kwaads voorstellen.

Andere dergelijke figuren, allen even potsierlijk, waren op verscheidene plaatsen in het dorp verspreid en dienden tot offeranden aan den Meester des levens (God).

Tusschen de hutten stonden eene menigte stellingen op palen van een of meer verdiepingen, op welke de Indianen hun maïs, koren en groenten droogden.

De Zwarte-Kat liet dona Clara naar de calli (hut) geleiden, waar hij zelf lang gewoond had en die midden in het dorp gelegen, den besten waarborg voor de veiligheid der gevangene opleverde.

\ ervolgens ging hij zich voordegroote tooverbezwering gereed

Sluiten