Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na deze opheldering keeren wij tot ons verhaal terug

Reeds vroeg in den morgen werd dona Ciara onzacht uit haar slaap gewekt, door het geraas der chichikoué's en andere Indiaansche muziekinstrumenten, vermen-gd met het onophoudelijk geblaf van een ontelbare menigte honden, die in alle dorpen der Koodhuiden gevonden worden.

Met zonsopgang trad de Zwarte-Kat decalli zijner gevangene binnen en na eene diepe buiging zeide hij haar op zoetsappigen toon, haar' uit een hoekje van zijn oog lodderig aanziende: dat hij, zooals hij haar reeds den vorigen dag had gezegd, heden het groote toovermiddel der .bih-oh-akou-es ging beproeven, om van den Meester des levens de gunst te verwerven dat zijn vijand hem werd overgeleverd; er bijvoegende dat zij hem volgen kon, zoo zij, in plaats van in de calli met hare' droetheid alleen te blijven, de plechtigheid verlangde bii te wonen. J

De jonge Mexicaansche, niet willende laten blijken hoezeer dit onverwachte voorstel van den Sachem haar verheugde, deed alsof aanbod haar volkomen onverschillig was en zij er zich veeleer lijdelijk aan onderwierp dan het vrijwillig aannam.

Intusscben raakte het gansche dorp in beweging. De vrouwen en kinderen liepen naar alle kanten, onder oorverdoovend geschreeuw. Zelfs de krijslieden en grijsaards schenen hunne Indiaansche bedaardheid te hebben afgelegd of voor een poos te vergeten.

Binnen weinige minuten was het dorp verlaten, iedereen haastte zich om zich naar een uitgestrekt veld aan den oever der Rio-Gila te begeven, waar het groote heilmiddel der tooverbezwering moest plaats hebben. De Zwarte-Kat, hoe sluw hij anders was, had zich door de schijnbare zwakte van zijne gevangene en hare geveinsde neerslachtigheid laten misleiden; na haar een doordringenden blik te hebben toegeworpen, om zich te verzekeren dat zij hem niet bedroog, wenkte hij haar om de hut te verlaten en zich onder de bejaarde vrouwen te begeven, die even als de overigen, aanschouwsters van de plechtigheid verlangden te zijn; daarop verwijderde hij zich zonder de minste achterdocht.

Dona Clara nam plaats aan den voet van een boom, wiens dichte takken over de rivier nederhingen, en daar wachtte zij met popelt" h.art' onrustiS gemoed, en oogen en ooren geopend, ofschoon schijnbaar vol aandacht op alles wat rondom haar gebeurde, ongeduldig tot het uur harer bevrijding slaan zou.

De Indianen hadden $ene kleine hut gebouwd, van buiten dicht met bisonshuiden gedekt, en met een zeer laag en smal deurtje gesloten.

Voor deze hut was een smal voetpad aangelegd, van veertig voeten lang en niet meer dan een voet breed, dat in een rechte lijn den weg naar het dorp doorsneed.

Over de geheele lengte van dit pad was al het gras zorgvuldig uitgetrokken en aan het einde tegenover de hut op een hoop gelegd.

Sluiten