Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veertig paar hououpas of mocasens ]) waren dicht achter elkander aan weerszijden langs het voetpad geplaatst.

Naast den hoop gras brandde een vuur, waarop men de steenen platen gloeiend heet maakte. Zoodra zij heet genoeg waren, werden zij in de hut gebracht en op een rooster gelegd, die aldaar reeds voorhanden was.

De gansche bevolking van het dorp, uitgezonderd de straks genoemde vrouwen, die wegens haar gevorderden leeftijd de plechtigheid alleen in de verte konden bijwonen, zat aan weerszijden van het voetpad geschaard, met een groot aantal schotels gekookte maïs, erwten en vleesch voor zich.

Op den grashoop zat de toovenaar gereed.

Zoodra het sein gegeven werd stond hij op, om zich naar de hut, de zoogenaamde zweet-hut te begeven, waarbij hij wel zorg droeg zijne voeten stap voor stap in de hououpas te steken, die langs het pad waren uitgezet.

Aan de deur der hut zat de Zwarte-Kat, tot aan den gordel naakt.

Nadat de toovenaar eenige minuten in de hut was geweest, kwam hij er weder uit, met een groot mes of kortelas in de hand.

Zwijgend trad hij naar de Zwarte-Kat, die dadelijk opstond, zijne linkerhand naar hem uitstrekte en zeide:

„Ik geef met genoegen het eerste lid van den wijsvinger dezer hand aan Natohs, als hij mijn vijand overlevert en mij vergunt diens scalp af te rukken!"

„Natohs heeft u gehoord: hij neemt het aan," antwoordde de toovenaar lakoniek.

Met den scherpen kant van zijn kortelas sneed hij den Sachem den top van zijn vinger, en wierp dien over zijn hoofd; onder het uitspreken van eenige geheimzinnige woorden, terwijl de Zwarte-kat, in schijn ongevoelig voor de pijn die hij leed, zijne gebeden voortzette.

Nadat deze kuur was afgeloopen, nam de toovenaar eene roede van wilgenrijs met een wolfstaart saamgebonden, doopte haar in al de schotels, en sprenkelde er mede in de richting der vier windstreken, onder het aanroepen van den Meester des levens, het vuur, het water en de lucht.

De schotels, die tot dusver niemand had durven aanraken, werden nu onder al de aanwezigen verdeeld, die binnen weinige oogenblikken al wat er in was verslonden.

Vervolgens traden de oudste krijgshoofden de zweet-hut binnen; eenige vrouwen dekten hen zorgvuldig toe en wierpen, buiten de hut staande, water op de gloeiende steenen, dat zij met bundels alsemkruid uit de gewijde vaten schepten.

Na dit plechtgebaar, begonnen al de aanwezigen te zingen en

i) De hououpas of mocksens zijn het eenige schoeisel dat de Indianen gebruiken.

Sluiten