Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide troepen, der vluchtelingen en der vervolgers, waren geen duizend passen meer van elkander verwijderd.

De Zwarte-Kat, woedend verontwaardigd dat hij zich dus door eene vrouw zag verschalken, reed op twee paardlengten afstand voor eene groep van zeven of acht ruiters, wier paarden, verscher of sterker dan die der anderen, op de hoofdmassa der Indianen een goed eind gewonnen hadden.

De Arends-Veer keek om.

Vier krijgslieden renden geen honderd ellen achter hem.

„Voorwaarts!" riep hij tegen het meisje, haar paard een slag met de zweep gevende, die het afgematte dier met nieuwe kracht, maar hinnekend van smart, deed voortrennen.

Tegelijkertijd maakte de Coras plotseling eene wending, reed bliksemsnel zijne vijanden te gemoet, eer dezen den tijd hadden om zich in tegenweer te stellen, en schoot op korten afstand zijn geweer op hen af.

Een Apache stortte dood neder.

De Sachem, wiens paard geheel af was, sloeg een tweeden vijand met de kolf van zijn geweer dood; toen met onbegrijpelijke vaardigheid op het paard van den eerst gevallen vijand overspringende, greep hij het volgende oogenblik ook dat van den tweeden bij den teugel en reed er spoorslags mede heen, de Apachen stom van verbazing over dezen trek van ongehoorde stoutheid achter zich latende.

Vijf minuten daarna was hij weder bij dona Clara terug, die met gemengden schrik en bewondering de koene heldendaad van haar verdediger in de verte bad aangezien.

Dit jeugdige meisje, hoe teeder en zwak op het oog, bezat eene mannelijke ziel; met hoog gekleurde wangen, gefronste wenkbrauwen, de tanden dicht gesloten en kort maar beslissend van taal en bezield door het vaste idee om hare oplichters te ontkomen, kende zij geene vrees en scheen de vermoeienis geen vat op haar te hebben.

Met een onbeschrijfelijk gevoel van erkentenis en vreugd besteeg zij het versche paard dat de onverschrokken Indiaan haar toevoerde.

Dank zij de koene daad van den Arends-Veer, hadden de vluchtelingen thans een aanzienlijken afstand op hunne vervolgers gewonnen; want de overige Indianen, naarmate zij de plek naderden, waar hunne kameraden gedood waren, sprongen van hunne paarden en bleven bij de lijken staan zuchten en kermen.

De Arends-Veer begreep echter dat deze vlucht op de opene vlakte niet op den duur kon worden volgehouden, en dat hij vroeg of laat zou moeten bezwijken of zich overgeven .Hij veranderde dus van tactiek.

Op korten afstand van de plaats tot welke hij thans gevorderd was, werd de bedding der Rio-Gila smaller; de rivier, tot ongeveer honderd vijftig ellen breedte teruggebracht, stroomde snel en eng als tusschen twee steile boschiijke heuvels ingesloten.

„Wij zijn verloren, als wij noglaDger zoo voortgaan," zeide hij op eens tegen zijne gezellin, „alleen een stout besluit kan ons redden."

Sluiten