Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige minuten later kwamen zij in de vlakte. Curumilla wachtte hen reeds.

Het opperhoofd der Aucas hield vier paarden bij den teugel, volkomen gezadeld en gereed.

Valentin keek verwonderd op.

„Wij hadden immers afgesproken dat wij te voet zouden gaan/' zeide hij, „zijt gij dat vergeten, hoofdman?"

„Neen," antwoordde deze ongestoord.

„Wat drommel! en waarom hebt gij dan die paarden gezadeld, die wij niet gebruiken zullen?"

De Indiaan schudde het hoofd.

„Het is beter dat wij te paard gaan," zeide hij.

„Ik geloof toch," merkte don Pablo hierop aan, „dat het om een spoor te kunnen volgen verkieslijker zou zijn als wij te voet gingen, zooals gij gisteren zelf hebt gezegd, don Valentin."

De Franschman bedacht zich een oogenblik, wendde zich toen tot den jongman en antwoordde hem met een veelbeteekenend hoofdschudden:

„Curumilla is een voorzichtig man; ik heb nu bijna vijftien jaar met hem geleefd, en er mij altijd wel bij bevonden zijn raad te volgen. Een enkelen keer slechts was ik stijfhoofdig genoeg om mijn eigen zin te doen, maar dat had mij bijna mijn haar gekost. Stijgen wij gerust te paard, don Pablo; het opperhoofd heeft er zeker zijne reden voor om te doen wat hij deed, de uitkomst zal het spoedig bewijzen."

„In den zadel dan," riep don Pablo.

De jagers stegen te paard, en na een laatsten blik naar de teocali, waar hunne vrienden nog sliepen, gaven zij hunne paarden de sporen.

„Welken kant gaan wij uit?" vroeg don Pablo.

„Eerst naar de rivier," antwoordde Valentin; „als wij daar eenmaal zijn, zullen w\j zien wat wij verder te doen hebben. Maar laten wij dicht bij elkander blijven, want in de duisternis zouden wij elkander licht uit hetoog verliezen, enschier onmogelijk wedervinden."

In de prairiën bestaan geen andere wegen om te volgen dan de voetsporen sedert eeuwen door de bisons, elanden, herten, of andere wilde dieren gevormd.

Deze paden zijn ware doolhoven, waar de Indianen alleen den weg in weten te vinden; de jagers, hoe gewoon zij ook met de wildernis wezen mogen, zullen er zich zelden in wagen. Als zij eenmaal dergelijk spoor hebben leeren kennen, dan blijven zij het op den duur volgen, zonder een ander te zoeken, wel wetende, dat zij, wanneer zij onvoorzichtig genoeg waren om links of rechts af te zwerven, zeker zouden verdwalen en dat het hun oneindig veel moeite zou kosten om weder op den rechten weg te komen.

Valentin was misschien de eenigste blanke jager in de prairie, die uithoofde zijner veeljarige ondervinding en uitgebreide kennis

Sluiten